In het hoofd van de meester-uitsteller

Vanochtend scrollde ik door mijn LinkedIn – en stuitte ineens op een Ted Talk van Tim Urban: “Inside the head of a master procratinator”

Op humoristische wijze vertelt hij eigenlijk mijn verhaal – wellicht ook dat van jou. Tot hij uiteindelijk bij de kern komt, de laatste minuten.. waarin hij vertelt dat hij door duizenden benaderd is die zich ook zo herkennen in zijn verhaal, maar er mee worstelen. Hij begreep het niet: want er is helemaal niets mis mee.. tot hij inzag dat het vooral mensen waren die werkten zonder deadlines… en maar blijven uitstellen. En met het laatste beeld van de ‘Life calendar’ maakt dat ineens wel heel veel duidelijk. Een must see!

De fietscontrole

Twee weken geleden was er weer de jaarlijkse fietscontrole op school, georganiseerd door Veilig Verkeer Nederland (VVN). De kids vinden het altijd weer spannend en zijn elk jaar trots dat ze de OK-sticker achterop de fiets krijgen.

Behalve deze keer. De jongste van 8 kwam hevig teleurgesteld thuis. Haar fiets is niet door de keuring gekomen. Sterker nog, het oordeel was: “NIET OKE”. Het rapport interesseerde haar niet, dat haalde ze schouderophalend gekreukt uit haar tas, maar die sticker.. Iedereen in haar klas had een ‘OK’-sticker, behalve zij.

De bel: het is een wettelijk verplicht onderdeel op een fiets, maar in een klein dorp als waar wij wonen gebruik je dat ding nooit. Dus vergeet je het snel te repareren. En ja, 1 fout en je bent af.

De oudste zus vond het zielig en peuterde voorzichtig haar OK-sticker van haar eigen fiets en plakte deze met een grote grijns op de fiets van d’r zus. En wij zijn die week samen naar de fietsenmaker gegaan om een mooie bel uit te zoeken. Case closed.

En toch zette het me aan het denken, toen ik het rapport zag hangen. Eigenlijk is het best raar: de fietscontrole is bij kinderen ‘best wel een ding’ – en vooral als er wijze mannen in indrukwekkende jassen de fietsen controleren. Vervolgens scoor je als wijze man een fiets die niet oké is – en dan? Je controleert het toch voor de veiligheid van het kind? Je wil het kind daar toch mee helpen? Of in ieder geval een signaal afgeven aan de ouders?

Het klopt niet. Let wel, ik vind het fantastisch dat deze mensen zich inzetten voor een veilig verkeer. Maar zorg dan ook voor de herkansing. Natuurlijk, ik had als ouder van te voren de fiets naar de fietsenmaker kunnen brengen, preventief.

Hoe mooi zou het zijn geweest als je als VVN, in overleg met de school, een ‘veilige-fiets-arrangement’ zou hebben? In samenwerking met ouders, opa’s of oma’s, en de lokale fietsenwinkel. Ik zie het zo voor me: De fietsen worden op maandag gecontroleerd, aan de hand van de checklist van VVN. Daar komt een rapportje uit met eventuele verbeterpunten. Dit rapport neemt een kind mee naar huis en ouders bepalen wat te doen: naar de fietsenmaker of het die week op school door de handige vrijwilligers laten repareren, desnoods in samenwerking met de lokale fietsenmaker. Voor een leuk prijsje.

En dan… dan is het vrijdag en verzamelen de wijze mannen met imponerende jassen van VVN zich op het schoolplein waar elke fiets gecheckt wordt, het rapport opgeleverd wordt EN de OK-sticker vol empathie op de fiets geplakt wordt.

Ik kan me niet voorstellen dat zoiets niet geïnitieerd is..

Oh ja, als additionele controle staat vermeld: “Kurken in handvatten”. Als iemand mij dat uit kan leggen..

School als onderneming? Echt wel!

Onderwijs – onderneem! (1/2)

Een school is toch geen bedrijf maar het begint er steeds meer op te lijken: 

  • Schoolgids
  • Schoolplan
  • Jaarplan
  • Website
  • Scholen in kaart

Overal informatie over de school. Informatiestromen beheersen vraagt eigenlijk teveel tijd. 

Dit was een recente tweet van een directeur die het jaar afsloot. En daar gaat het volgens mij gigantisch mis: want je school is echt wel een bedrijf/ onderneming!

Elke school stelt de klant centraal: dat staat notabene in elke schoolgids en schooljaarplan. Iedereen wil het maximale uit het kind halen, talent ontwikkelen, bijdragen aan de ontwikkeling. Daarvoor hebben we allemaal de PA, KLOS, Kweek en PABO gedaan. We hebben een missie. Maar daarna gaat het tegenwoordig vaak mis: Waar scholen vroeger meer autonoom waren en de ouders nog opkeken naar het hoofd der school is het onderwijs stil blijven staan en heeft de maatschappij zich verder ontwikkeld. 

Waar het onderwijs zich veilig achtte met de OCW-gelden, de leerkracht, die ooit op de school begon, logischerwijs directeur werd of zelfs bestuurder en er geen concurrentie bestond heeft de tijd alles ingehaald. Want: 

Als ouder had je vroeger geen keus, en werd je ingedeeld op postcode, tenzij je koos voor een speciale denominatie als bijzonder / openbaar op katholiek onderwijs. Toen dat losgelaten werd was er in feite nog niets aan de hand – mensen veranderen niet snel. 

Maar tijden veranderen en het onderwijs is stil blijven staan – en daar gaat het nu mis: waar veel directeuren zuchten onder de druk van plannen hebben ze niet het idee waarom ze het doen en dat ze gewoon mee moeten met de tijd: de school is gewoon een onderneming!

Je hebt mondige klanten, je wil kwaliteit leveren. Je wil je onderscheiden van de concurrent en je moet dus blijven innoveren en vooral professionaliseren. Doen waarin je gelooft. 

Dat is net als een onderneming. Het grote verschil is, is dat je als directeur je budget krijgt en dat om moet zetten in een sluitende begroting. Een luxe positie, als je het vergelijkt met een commerciëlele ondernemer. Maar bij ondernemen hoort plannen maken, doen waar je in gelooft en alles eraan doen om je (toekomstige) klanten er te van overtuigen. 

En veel directeuren zijn geen ondernemer, ondanks alle papier die ze verplicht hebben moeten halen om schoolleider te mogen zijn. Een ondernemer haal je niet door papiertjes, een ondernemer ben je. En dat zie je terug in de kwaliteit op school. 

staken..

” Wat gaan jouw kinderen doen op 5 oktober?” Deze vraag kreeg ik vanmiddag voorgelegd door de BSO. Zij weten kennelijk dat het schoolteam gaat staken.

Is dat gelijk tekenend voor hoe het onderwijs haar ‘klanten’ ziet vs. hoe de BSO haar klanten ziet? Het valt me gelijk op dat ik het tussen aanhalingstekens zet: een school ziet een ouder vaak nog te weinig als klant. Ik zal zo mijn spambox checken.

Ik vind dat je als school een onderneming runt. De klant wil je tevreden (be)houden door kwaliteit te leveren. Logisch.

En dan ga je staken. Gaat iedereen dan naar het Malieveld? Kunnen we 70.000 mensen verwachten rond het Binnenhof of als menselijke keten rond het ministerie van OCW om een statement te maken? Ik vermoed dat een groot deel lekker thuis gaat zitten, op de teams na die er echt werk van maken. Want die heb ik 2012 en afgelopen voorjaar ook gezien.

En wie zijn de dupe? De kinderen. Waarom? Omdat ouders door hun vakantiedagen heen zijn en de kinderen toch een plek moeten geven, zoals overvolle BSO’s.

Het salaris is een argument, werkdruk het andere. Ik denk dat, als oud leerkracht, het vooral zit in het financieren van het onderwijs. Want het salaris is echt niet slecht, als je alleen al kijkt naar alle vakantiedagen en de secundaire arbeidsvoorwaarden. Ja, het verschil met het VO is ‘way too big’ .. maar volgens mij is de oplossing als volgt:

Bevries de komende jaren de lonen in het VO, geef dit percentage aan het PO zodat zij daar extra handen in de klas mee kunnen bekostigen. Want eerlijk is eerlijk: het hele passend onderwijs concept is 1 grote verborgen bezuiniging geweest waar iedereen in gestonken is. Ik geloof echt dat die extra handen nodig zijn.

En het staken? Niet doen: maak een statement door met ouders in het verweer te komen: stop per direct met het CITO LVS en toetsen. Dat scheelt heel wat werkdruk en let maar eens op welke druk er ontstaat bij de overheden!

En het salaris? vergelijk het nou eens niet met het groene gras bij de buren, kijk ook eens naar de zorg…

Ik ga opvang regelen.

 

 

 

Weerstand tegen veranderingen overwinnen – op zoek naar de goede ruil

 

“De mens wil wel veranderen, maar niet veranderd worden”..

Ik ben continu op zoek naar “De goede ruil”. In welke situatie draagt ICT daadwerkelijk zodanig wat bij dat iets anders kan komen te vervallen. Maar wat voor de 1 een goede ruil is, is voor de ander absoluut geen goede ruil.

Om een goede ruil te bepalen is het wel belangrijk om helder te krijgen waar ICT echt bij kan kan dragen, per situatie, per persoon.

Deze animatie legt het feilloos uit. Kijk – en “find the Mermaid!” 🙂