Buiten de lijntjes kleuren

Ik ben altijd fel tegenstander geweest van ‘jufwerkjes’. De voorgeknipte figuren die ingekleurd moeten worden met verf, stiften of kleurpotloden. Ik heb het wel eens gevraagd aan een leerkracht, toen ik weer een waslijn met werkjes zag hangen. Eigenlijk wist ze het niet echt, de ouders vinden het wel mooi en het is wel gemakkelijk. Natuurlijk mochten de kinderen ook wel zelf creatief aan de slag, maar dit waren de thema werkjes. Creativiteit mocht op het verfbord als ‘hoek’ als dat aangebonden werd.

Als je een bepaald motorisch doel wil oefenen, kan ik me voorstellen dat je iets voorbereid hebt. Maar dan nog. Het is wel lekker veilig, en je moet binnen de lijntjes blijven (dus jezelf aanpassen), maar elke vorm van fantasie of creativiteit ontbreekt toch.

In de kinderopvang mogen wat mij betreft bijvoorbeeld de kleurplaten weggegooid worden. Kinderen zijn volgens mij veel meer gebaat bij een groot leeg vel wat ze zelf kunnen vullen, hun eigen creativiteit, ontdekkingen en fantasie in kwijt kunnen. Een bijkomend voordeel is dat de professional (pm-er) kan zien in welke ontwikkelfase kinderen zich bevinden, hoe de ontwikkeling is van de sociaal-emotionele intelligentie, cognitieve intelligentie en motorische intelligentie en of een kind zich ‘veilig’ voelt. Dus competent / autonoom, nabijheid.

Alsof ik het als pedagoog wel goed gedaan heb bij mijn kids. No way. Mijn kids hebben van jongs af aan heel wat kleurplaten verorberd. Bij mij, bij opa en oma. Heerlijk vond ze het. En altijd zo trots als een pauw.

Mijn oudste dochter (12) is nog steeds gek op kleurplaten en die wisselt af met haar eigen Bulletjournaal. Mijn jongste vrat ook kleurplaten. Op een gegeven moment ging ze er zelf dingen bij tekenen. Ze ontwikkelde haar eigen fantasie, haar verhaal in de kleurplaat. Ik heb haar toen eens een wit A4tje gegeven en sindsdien is ze van de kleurplaten af. Ik neem er af en toe nog wel eens eentje mee, maar daar wordt niet naar omgekeken.

Voor de vakantie heb ik een extra groot tekenboek gekocht. Een boek met alleen maar lege A3-vellen. Ze is er dol op en tekent voor iedereen. Het levert ook mooie gesprekken op, want elke tekening moet uitgelegd worden. Zo zie ik onder andere dat ze de hond mist, haar vriendjes en haar avonturen op de camping tekent.

En gisteravond zag ik haar op straat – buiten de lijntjes en toch binnen de lijntjes – een pad maken op het pad. Dat is toch geweldig! šŸ™‚

En natuurlijk, er zijn genoeg kinderen die wel genieten van kleurplaten. Want binnen de lijntjes blijven kan ook heerlijk zijn, structuur bieden, focus en rust. Maar begin daar pas mee als de tekeningen ook een herkenning bieden, iets betekenen voor de kinderen. Want een zwart/wit tekening is super abstract. En kijk eens wat voor hype het is onder volwassenen. Even niets, even ‘ontstressen’, je hoofd leegmaken, niet na hoeven denken en een mooi resultaat krijgen!

Ik denk dat je daar zelf goed naar moet kijken: waar heeft het kind behoefte aan. Het is net als spelmateriaal. Kinderen gaan ontdekken, exploreren, spelen en dan zelfstandig leren. Daar past de professional het materiaal, de activiteiten op aan. Doe dat ook met werkjes en creatieve activiteiten.

Want kom op, werkjes maak je niet voor ouders of omdat je het wel gemakkelijk vindt. Elk kind is verschillend, laat dat alsjeblieft ook terug zien in de creatieve uitspattingen.

Dus – buiten de lijntjes kleuren šŸ™‚

Vraagvaardigheden op school

Ik lees het boek “Socrates op sneakers”. Ik wil vragen leren stellen. Ik wil de vraag achter de vraag stellen. Want in de opleidingen die ik gaf rond verandermanagement was dat altijd een vast onderdeel: “vraag!” Alleen door te vragen krijg je vragen, problemen, situaties… alles helder. Het ergste is: ik kan er zelf geen bal van. Dus ik leer iemand iets wat ik zelf niet kan.

Helpt een boek? Geen idee – maar ik werd afgelopen half jaar steeds aangespoord om vragen te stellen, en ik merkte dat ik niet tot die verdieping kwam: het bleven oppervlakkige vragen waar ik de antwoorden verder zelf weer invulde.

En het gekke is: ik hamer erop, ik ben erop gebrand dat we kinderen vragen leren stellen, laten stellen, blijven laten stellen. Kinderen moeten zich verwonderen, die onderzoekende houding houden, verbazen, niet alles klakkeloos aannemen omdat vader, moeder of de juf het zegt.

Tijd voor actie. En toen kwam dit boek langs. Echt – dit zou verplichte kost moeten zijn. Sowieso voor de PABO’s, een verplicht curriculum. Sterker nog: het is zo toegankelijk, zet het op de leeslijst van het VO.

Anyway. De schrijfster begint met een 6tal redenen waarom wij geen (goede) vragen stellen. Allemaal heel herkenbaar, vooral de laatste: “We krijgen geen les in vraagvaardigheden op school”.

En dat klopt. Op heel veel scholen. Sommige scholen proberen het, door in creatieve projecten kinderen zelf aan de slag te laten gaan. Maar leerkrachten vinden het lastig, ingewikkeld: Als ze oprecht een onderzoek- of vraaggesprek willen voeren in de klas moeten ze hun rol loslaten. Leerkrachten zijn opgeleid om kennisvragen te stellen, en niet om het kritisch denkvermogen van kinderen te stimuleren.

Verder wordt er als reden aangedragen dat men er door werkdruk, de druk van de inspectie en de druk van ouders niet aan toe komt. Want de focus ligt op het ‘scoren’, de cognitieve ontwikkeling. Het is voor ouders vaak belangrijk dat ‘hun’ kind in groep 1 al woordjes kan lezen of kan rekenen, en het kind wat zich creatief kan uiten of kan dansen wordt niet ‘gezien’.

Leerkrachten hebben de neiging om te sturen en te controleren wat de uitkomst is. Ze hebben vaak grote moeite met loslaten en de autonomie van de kinderen. En de kinderen zijn op een gegeven moment niet anders meer gewend en vragen:”Wat is het goede antwoord dan juf?”

Als wij zelf alles klakkeloos aan- of overnemen, de wijsheid in pacht hebben – hoe kunnen wij dan kinderen leren vragen te stellen? Of een uurtje per week het vak filosofie zou helpen? Nee, ik denk het niet. Het zou een mooi begin zijn, maar vragen stellen, die onderzoekende houding vergt een bepaalde houding, een mentaliteit. Het is geen truukje.

Neem alle ontwikkelingen rond de 21st Century Skills – het zijn allemaal hypes waar we in het onderwijs achteraan hobbelen. En dan wordt het weer stapelen, in plaats van puzzelen. Over werkdruk gesproken, ook dat nog. Digitale geletterdheid, laten we een expert opleiden. Waarom? We moeten kinderen leren programmeren, laten we robots kopen! Hoezo? Ah, samenwerken doende al, dat kunnen we afstrepen. Want? Als wij als volwassenen nu eerst eens aan onszelf gaan werken. Onszelf gaan afvragen waarom we de dingen doen die we doen en wat we daarmee denken te bereiken.. Wees kritisch, neem niet zomaar iets aan. Vraag. Onderzoek. Wees nieuwsgierig.

Dat bracht mij weer terug bij de discussie over ‘burgerschap’. Laat daar kinderen maar eens serieus over nadenken zonder te sturen. Ooit gedaan?

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Sterker nog: ik denk dat elke volwassene dat nog ergens wel heeft. Ik ook, ik ben rete nieuwsgierig. Maar door niet te (durven) vragen kom ik vaak niet verder.

Begin zelf laagdrempelig. Pak de sites die ik laatst al plaatste en verwonder je, verplaats je in het kind.

BNN/Vara heeft een interessante site van Vroege Vogels,met veel weetjes

De site Knack.be heeft een maand lang kindervragen beantwoord onder de noemer “Mysterie van de dag”

Dit is een mooie om in gesprek te gaan met kinderen en zelf te leren vragen:

https://www.kidsproof.nl/zuid-limburg/blog/beantwoord-deze-leuke-vragen-samen-kletspraat-kletspot-kinderen-kindervragen

Of de site van Famme.nl

We staan er nog te weinig bij stil.

Wat jonge kinderen aan ervaring opdoen en hoe ze ontwikkelen is bijna niet te bevatten. In de eerste 3 jaren leren ze alleen al meer dan dat ze ooit zullen leren.

Daar hebben wij als volwassene een belangrijke rol. Als ouder, als pedagogisch medewerker en als leerkracht.

Laat het kind exploreren, voed en erken de nieuwsgierigheid, geef het de ruimte en biedt veiligheid en structuur.

Daag het uit, neem het mee, aan de hand en laat deze ook eens los. Bekijk het van een afstand en geniet.

Die eerste 5 jaar. We doen kinderen nog veel te veel te kort door ons volwassen gedrag.

Tip: het Alfabetboek

Ik ben gek op boekwinkels. En toch lees ik te weinig. Ik ben meer van de podcasts.

Vandaag liep ik de Bruna binnen. Op zoek naar een mooi boek voor de vakantie. Ik heb me voorgenomen om weer eens te gaan lezen. En dan moet ik altijd even bij de dichtbundels (de taalmeesters of taalpuristen) kijken en de kinderboeken afdeling.

Vandaag zag ik echt iets heel moois. Ik was echt zo onder de indruk. Het Alfabetboek.

Allereerst het boek zelf. Je verwacht een boek met letters, maar het is een boek met prachtige illustraties. Een echt ontdekboek. Elke pagina geeft zoveel ontdekplezier! Er is geen letter te vinden, maar je ontdekt heel snel welke letter centraal staat in de illustraties!

De B is in dit kijkboek dus niet alleen van Boek, maar ook vanĀ een bar met daarop een blik bonen, basilicum en bieslook, die de baviaan na het spelen op de banjo met brood, boter en bestek van zijn bord kan opeten. Of van een bizon en een buffel die samen aan het bungy jumpen zijn vanaf de brug.Ā 

Het is dan ook echt niet alleen een boek voor kleuters of kinderen die net leren lezen. Dit boek is voor jong en oud. Je kan de letterdief zoeken en natuurlijk zoveel mogelijk woorden proberen te vinden. Hoe leuk is dit om ook samen te doen met jonge kinderen!

Het is een grote inspiratiebron, een ontdekkingsreis.

De app is een leuke aanvulling. Kom je er niet uit in het boek? Dan open je de app en deze helpt je verder wat je allemaal ziet!

Ook de website helpt een handje. Klik op een letter en je kan de illustraties ontdekken!

https://www.alfabetboek.nl/index.php

En hier kan je de app downloaden (die te downloaden is via de QR-code op het boek):

https://www.alfabetboek.nl/app/

Ik heb ook een podcast gevonden met de makers:

http://www.degrotevriendelijkepodcast.nl/e/aflevering-28-charlotte-dematons-mmv-the-tjong-khing-en-wieteke-van-zeil/

Oh, en het boek wat ik gekozen heb voor mezelf? De ogen van de duisternis door Dean Koontz. Vroeger verslond ik zijn boeken, net als die van Stephen King. Ik ben benieuwd. Echt een boek zonder plaatjes šŸ˜‰

De concentratie van een goudvis?

Gisteravond gaf ik beachvolleybal training, 2x anderhalf uur. Eerst aan de jeugd rond de 12-14 en daarna de oudere 16-18. Mijn jongste dochter, van 9, heeft ook training op het moment dat ik in het zand sta. Tijdens het trainen kijk ik wel eens naar haar: hoe ze beweegt, hoe betrokken ze is, wat ze doet, hoe ze reageert. En ik verbaas me dan.. Nee, het verbaast me niets: ze dwarrelt, ze danst, ze speelt, ze ziet alles voorbij komen. Ik had ‘die’ kinderen vroeger ook in de klas. Je herkent ze wel. Ook met het ‘slokje’ moment (suffe term, maar dat betekent dat ze even mogen pauzeren om te drinken) is zij altijd als allerlaatste weer in het veld. Want ze praat met iedereen, ze ziet een takje, ze kijkt wat rond.

Als ik dat zo observeer, dan stel ik mij de klas voor waar ze in zit. En de wanhoop van de juf. In de gesprekken met de juf komt dat regelmatig naar voren. Ze kan zich moeilijk concentreren, is snel afgeleid, helpt graag anderen, wil alles weten, vooral van anderen maar ook van juf, vraagt veel, is kritisch..

Ik heb wel eens gedacht: zal het stempel komen? ADHD? Het werd wel eens geopperd. Ik heb wel eens gegoogeld. https://www.hersenstichting.nl/hersenaandoeningen/adhd/ En tuurlijk: zo herkenbaar. Heel veel dingen herken ik. Heerlijk.

En toen dacht ik ook gelijk: ik ben gek ook, waarom denk ik in hokjes? Het is hartstikke goed wat ik hoor van de juf. Fantastisch gedrag. Misschien is de manier van het onderwijs niet wat ‘past’. Misschien moet er meer gekeken worden naar leerstijlen, zoals Kolb ze onderzocht heeft. En daar zijn weer de eindeloze discussies over. Check hier een eenvoudige uitleg.

De beachtraining is natuurlijk te vergelijken met de klas. Af en toe zwaait ze, en af en toe spreek ik haar ‘vermanend’ toe als ze blijft hangen bij het ‘slokje’ aan de kant van het veld en zeg dat ze moet opschieten. Een concentratieboog van een goudvis.. zou je denken.

Na haar training wilde ze niet naar huis, maar op het terrein blijven: het is een nieuw beleefpark. Dat mocht van mij wel. Ik heb haar zien klauteren, klimmen, huilend naar me toe zien komen omdat ze ruzie had met een touw die tegen haar oor kwam. Om vervolgens weer weg te rennen na wat TLC. En wat schetst mijn verbazing. Ze is anderhalf uur bezig geweest. Ik heb zelfs wat filmpjes gemaakt, zonder dat ze het Ć¼berhaupt gemerkt heeft.

Het onderwijs zou volgens mij daar veel meer op ingericht moeten zijn. Veel gevarieerder, veel meer kinderen zelf laten kiezen, ontdekken. Veel meer de rol pakken als coach en begeleider. Je hebt zelf wel scherp welk kind waar behoefte aan heeft. Stop met die homogene groepen, stop met die toetsen. Geef een kind de ruimte om te ontwikkelen, help een kind op de route, kijk wat het kan, wat het interesseert. Kijk eens naar Reggio Emilia. Wat ik gezien heb in mijn tijd bij Timpaan, toen ik een Reggio Emilia school begeleidde, was zo fascinerend. Dat zou een verplicht curriculum moeten zijn in elke PABO.

Trouwens.. die concentratie van een goudvis. Wist je dat de goudvis de mens tegenwoordig overtreft? šŸ™‚

https://www.hpdetijd.nl/2015-05-16/goudvis-heeft-betere-concentratie-dan-de-mens-reden-tot-zorg/

AR en het jonge kind

Sinds ik actief ben rond de kinderopvang (nu bijna een jaar) ben ik steeds op zoek hoe ICT daar een rol kan krijgen. Qua vaardigheden kan ik uit ervaring zeggen dat de vaardigheden (didactisch als technisch) van de PM’ers gelijk zijn aan de vaardigheden van leerkrachten. Terwijl het zo nodig is als je dit artikel leest! Daarbij komt dat er ook nog eens een gevoel van ‘terughoudendheid’ heerst bij veel PM’ers. Dat herken ik wel van de leerkrachten in groep 1 en 2, en met name de mensen die de KLOS nog gedaan hebben. Het credo is daar: kinderen moeten kunnen spelen, zintuigen prikkelen, motorisch ontwikkelen. Eens… gedeeltelijk. Want je kan het ook heel goed combineren. Het is niet of-of. Sieneke Goorhuis is het daar trouwens helemaal niet mee eens, lees dit artikel.

De tablet.. wordt vaak ingezet door de PM-er voor de eigen registratie en het digitale schrift. Of wordt meegenomen naar de BSO. Over de BSO en ICT kom ik binnenkort met nieuws, dat geheel terzijde šŸ™‚

Er zijn zoveel leuke ICT-middelen die je kan gebruiken bij kinderen van 0 – 4 jaar. Echt. Laat je voorlichten door een adviseur of bel mij šŸ™‚

Het punt is alleen: hoe bed je het in? Hoe zorg je ervoor dat het een plek krijgt in je ‘aanbod’. En wanneer doe je dat? Ik ben bezig een model uit te werken waar PM’ers relatief eenvoudig kunnen duiden wat ze wanneer in kunnen zetten. Bijvoorbeeld tijdens de groepsexploratie, spel, in de speelleeromgeving of thuis. Het model is gebaseerd op het Gewenst Resultaat Schema (GRS) waar ik veel mee gewerkt heb in het onderwijs.

Het digitale aanbod is nu nog veel ‘hapsnap’. Dat maakt het lastig voor de PM’er om in te kunnen schatten wanneer wat een goede ruil is (vanuit het GRS gedacht). Wat echt gaat helpen, en wat er echt gaaf uit ziet (van wat ik er van gezien heb) is de digitale versie van Piramide. Piramide is een educatief concept voor jonge kinderen – en onterecht gezien als strikte methode – en tevens het meest gebruikte VVE programma. Het helpt de PM’er in alle opzichten een programma te creĆ«ren. Tijdens de presentatie waren de deelnemers erg enthousiast maar merkte je gelijk de kritische houding: de prijs, de benodigde apparatuur. Logisch. Want digitaal is nieuw, en dat betekent ‘veranderen’ . Ben je als organisatie enthousiast? Haal Kotter maar uit de kast šŸ™‚ Het is het meer dan waard, als ik de ontwikkelaar een beetje ken šŸ˜‰

Piramide digitaal als ‘kapstok’. En dan kijken welke digitale middelen je in kan zetten, naast (of in plaats van) je reguliere aanbod! Ik zeg: er komt een vernieuwingsgolf!

AR

Michiel, de titel is toch AR en het jonge kind?

Yes.. Want ik geloof dat AR voor jonge kinderen reuze interessant kan zijn. Het staat, wat de kinderopvang betreft, echt nog in de kinderschoenen. Er zijn al interessante AR-puzzels, boeiende kunst apps en mooie ontwikkelingen. Er is ook een keerzijde als we kijken naar AR: Op LinkedIn had ik daar laatst al aandacht aan besteed, binnenkort zal ik daar wat dieper op in gaan. Dat gaat over wat AR voor invloed heeft op de hersenontwikkeling.

AR is _de_ ideale manier om een nieuwe werkelijkheid te creĆ«ren in de huidige werkelijkheid. Voor jonge kinderen een ideale overgang. Je brengt iets ‘tot leven’ zonder de veilige omgeving ‘los te laten’.

Een paar leuke voorbeelden:

Een natuur app (uit 2013!) van de Nationale Boomplant dag:

https://apps.apple.com/nl/app/los-in-t-bos/id723447125

Tekenen en je eigen kunst maken in AR:

https://apps.apple.com/nl/app/just-a-line-draw-in-ar/id1367242427

Quiver: laat je tekeningen tot leven komen

https://apps.apple.com/nl/app/quiver-education/id993479851

Octaland: beeld virtueel beroepen uit

https://apps.apple.com/nl/app/octaland-4d/id1000598340

Mijn persoonlijke favoriet: Rupsje nooitgenoeg

https://apps.apple.com/nl/app/mijn-rupsje-nooitgenoeg-ar/id1277085142

En probeer eens Fectar:

https://www.fectar.com

Mijn jongste zag zichzelf laatst weer met het paard van Sinterklaas op de foto. Een foto die ik eind november van haar gemaakt had. En ze werd weer helemaal enthousiast. Nou ja, wellicht niet helemaal objectief, want ze is al heel snel enthousiast šŸ˜‰

AR kan een enorme toegevoegde waarde hebben bij jonge kinderen. Ik geloof er in. En niet alleen bij jonge kinderen, ook als ze ouder worden. En laten we AR nu niet eens als leuk ‘trucje’ inzetten, maar het zo toepassen dat kinderen er zelf mee aan de slag gaan. Qua creativiteit, muziek en als het kan dans: want daar liggen nog de nodige uitdagingen bij het jonge kind. Hoe mooi is het, als AR daarin een rol kan spelen om de PM-er te ondersteunen?

En wat dacht je van storytelling, Pokemon Smile en de super interessante app ‘AR Makr App’ – ook ideaal voor oudere kinderen!