De scholen zijn weer begonnen! #school 3.0?

Maandag heb ook ik de kinderen weer keurig afgeleverd in de school, mede-ouders weer begroet in de lange gang en ondertussen de kinderen, die toch zenuwachtig zijn voor hun nieuwe toekomst, begeleidt naar de lokalen.

De bel gaat en de deuren gaan dicht. De school is weer begonnen. De plannen zijn al gemaakt, de vergaderdata zijn genoteerd, de studiedagen ingepland en de onderwijsdoelen staan scherp op het netvlies.

Als ik door de school naar de deur loop valt het me op dat er nieuwe pc’s staan, en dat er ook weer een digibord bij is geplaatst. Dan word ik nieuwsgierig (noem het beroepsdeformatie).  Wat is de reden van vervanging? Is alles weer keurig 1 op 1 vervangen? Waarom de keus voor dat digibord, en op die plek? Heeft het te maken met een onderwijsinhoudelijk gesteld doel? Of omdat het bestuur gewoon de vervanging geregeld heeft? Wie gaat ermee werken? En waarom horen of zien wij dit niet als ouder?

Direct komt bij mij de treffende one-liner van John Moravec boven:

Schools should not use new technologies to teach the same old crap. Schools 3.0 will need to rebuild themselves not on software, not on hardware, but on mindware.”

Want ik mis als ouder eigenlijk die facebookpagina met vakantienieuws vanuit de groepen, het twitteraccount dat maandag de kinderen van groep 3 voor het eerst gymspullen mee moeten nemen, de actuele oudpapierkalender waarop ik ook kan zien wanneer ik mee moet rijden..

En stiekem.. ook de webcam om even te zien hoe m’n kinderen het doen die eerste dag 😉

Niets mis met nieuwe hardware! Maar het wordt tijd dat het onderwijs zich op gaat maken voor de huidige samenleving. Als school ben je in feite immers een bedrijf, een eigen onderneming! Maak een ondernemersplan en breng alle stakeholders in kaart, niet alleen de kinderen! ook je tweede belangrijke groep: de ouders! Samen die kar trekken, samen zorgen voor een nog beter onderwijs! Tijd voor het schoolvoorbeeld. 

Kopieren en aanpassen

Een enthousiaste retweet, die door mij vervolgens opgepakt wordt, lijkt ineens voor opschudding te zorgen. Een community van Kennisnet heeft voor de verschillende onderbouwpakketten van uitgeverijen lesmateriaal verzameld. Dit materiaal is ontwikkeld door de professionals, de gebruikers, en goed bedoeld online gezet om anderen te helpen.

Er zit veel eigen ontwikkeld materiaal tussen maar er is ook een pagina compleet gevuld met beeldmateriaal van de methode Schatkist . Dat was dan ook de reden dat ik reageerde.

Gezien de reacties, publiek en DM lijkt het haast of ik een ongeschreven regel heb overtreden. Van terughoudende reacties tot ‘wat doe je nou?’ en ‘ik had het niet moeten twitteren!’.

Het is algemeen bekend dat het onderwijs veel kopieert. Ik begrijp de gebruikers en ik begrijp de uitgevers. Maar in deze tijd kan ik me voorstellen dat je als uitgever nu ook de kans kan (en moet) grijpen om de mogelijkheden die de huidige online technologie biedt te benutten. Verbieden kan, maar heeft veel minder zin dan het te stroomlijnen: je houdt het toch niet tegen. En online kan je er tenminste nog wat mee.

Denk aan co-creation, crowd-creation/crowd-sourcing. Wat wil je nog meer? Een (kritische) gebruiker die het materiaal aanpast en suggesties online plaatst. Je kan daar als uitgever volgens mij fantastische dingen mee doen.

Nu moet ik wel erkennen dat ik het niet publiekelijk opgepikt had als het om een fraaie Yurls-pagina ging. Ook niet goed, maar wel de fraaie voorbeelden waar je een bedreiging kan zien als kans. Maar dat zoiets via een officieel kanaal van Kennisnet gepromoot wordt vind ik een boeiende reden om het ter discussie te stellen!

School vd toekomst

Type in Google ‘Klas van de toekomst’  of ‘school van de toekomst’ en je krijgt een waslijst aan resultaten.

Wat mij opvalt is dat de kreet ‘klas van de toekomst’ vaak geassocieerd wordt met het beeld van een schoolklas vol met innovatieve hardware: touchtables, tablets, stemsystemen en moderne software. En dit beeld moet dan steeds bijgesteld worden omdat de techniek niet stilstaat. Of er wordt gesproken over het gebouw en de inrichting. 

Veel minder hoor je mensen over het onderwijsinhoudelijke aspect. Uiteraard: de technologie en de inrichting zullen onlosmakelijk verbonden zijn met het onderwijs van de toekomst en moet er gepionierd (blijven) worden maar ik vind niet dat je een ‘klas of school van de toekomst’ bent als je geforceerd met allerlei nieuwe gadgets onderwijs gaat geven.

Ik denk dat je eerst moet nadenken hoe kinderen opgroeien over 10 jaar: welke samenleving hebben we dan? Dat moet het uitgangspunt zijn: vervolgens komt de koppeling naar het onderwijs, hoe leren ze, welke bronnen gebruiken ze en waar hebben ze behoefte aan. En dan komt de invulling: wat betekent dat didactisch, welke onderwijsleermiddelen passen daarbij en wat zou een ideale ruimte zijn.

Ik weet zeker dat zo’n toekomstvisie alleen nog maar op papier uitgewerkt kan worden. Al is het natuurlijk al wel geweldig om die toekomst met kleine bouwstenen die we al voor handen hebben vorm te geven!