Kopieren en aanpassen

Een enthousiaste retweet, die door mij vervolgens opgepakt wordt, lijkt ineens voor opschudding te zorgen. Een community van Kennisnet heeft voor de verschillende onderbouwpakketten van uitgeverijen lesmateriaal verzameld. Dit materiaal is ontwikkeld door de professionals, de gebruikers, en goed bedoeld online gezet om anderen te helpen.

Er zit veel eigen ontwikkeld materiaal tussen maar er is ook een pagina compleet gevuld met beeldmateriaal van de methode Schatkist . Dat was dan ook de reden dat ik reageerde.

Gezien de reacties, publiek en DM lijkt het haast of ik een ongeschreven regel heb overtreden. Van terughoudende reacties tot ‘wat doe je nou?’ en ‘ik had het niet moeten twitteren!’.

Het is algemeen bekend dat het onderwijs veel kopieert. Ik begrijp de gebruikers en ik begrijp de uitgevers. Maar in deze tijd kan ik me voorstellen dat je als uitgever nu ook de kans kan (en moet) grijpen om de mogelijkheden die de huidige online technologie biedt te benutten. Verbieden kan, maar heeft veel minder zin dan het te stroomlijnen: je houdt het toch niet tegen. En online kan je er tenminste nog wat mee.

Denk aan co-creation, crowd-creation/crowd-sourcing. Wat wil je nog meer? Een (kritische) gebruiker die het materiaal aanpast en suggesties online plaatst. Je kan daar als uitgever volgens mij fantastische dingen mee doen.

Nu moet ik wel erkennen dat ik het niet publiekelijk opgepikt had als het om een fraaie Yurls-pagina ging. Ook niet goed, maar wel de fraaie voorbeelden waar je een bedreiging kan zien als kans. Maar dat zoiets via een officieel kanaal van Kennisnet gepromoot wordt vind ik een boeiende reden om het ter discussie te stellen!

School vd toekomst

Type in Google ‘Klas van de toekomst’  of ‘school van de toekomst’ en je krijgt een waslijst aan resultaten.

Wat mij opvalt is dat de kreet ‘klas van de toekomst’ vaak geassocieerd wordt met het beeld van een schoolklas vol met innovatieve hardware: touchtables, tablets, stemsystemen en moderne software. En dit beeld moet dan steeds bijgesteld worden omdat de techniek niet stilstaat. Of er wordt gesproken over het gebouw en de inrichting. 

Veel minder hoor je mensen over het onderwijsinhoudelijke aspect. Uiteraard: de technologie en de inrichting zullen onlosmakelijk verbonden zijn met het onderwijs van de toekomst en moet er gepionierd (blijven) worden maar ik vind niet dat je een ‘klas of school van de toekomst’ bent als je geforceerd met allerlei nieuwe gadgets onderwijs gaat geven.

Ik denk dat je eerst moet nadenken hoe kinderen opgroeien over 10 jaar: welke samenleving hebben we dan? Dat moet het uitgangspunt zijn: vervolgens komt de koppeling naar het onderwijs, hoe leren ze, welke bronnen gebruiken ze en waar hebben ze behoefte aan. En dan komt de invulling: wat betekent dat didactisch, welke onderwijsleermiddelen passen daarbij en wat zou een ideale ruimte zijn.

Ik weet zeker dat zo’n toekomstvisie alleen nog maar op papier uitgewerkt kan worden. Al is het natuurlijk al wel geweldig om die toekomst met kleine bouwstenen die we al voor handen hebben vorm te geven!

 

 

 

“Kind beter af op grote school”

 

Dit bericht was de een van de uitkomsten uit het onderwijsverslag van de Inspectie van het Onderwijs. 

Ik kan daar enigszins wel inkomen: ik heb zelf ooit enkele maanden een groep 4,5,6 gedraaid met een frontaal jaarstof klassensysteem en dat was echt organiseren! (en overleven) Differentieer je ‘standaard’ op 3 niveaus, nu heb je al 3 leerjaren in 1 groep.

Toch ben ik er van overtuigd dat kleine scholen ook gewoon goed onderwijs kunnen geven (het sociaal emotionele aspect bij erg kleine scholen daargelaten).

Een mooi voorbeeld is deze school. Een kleine school met minder dan 50 leerlingen maar met zeer tevreden ouders en tevreden inspectie. Het ‘geheim’? Een duidelijke visie / missie wat zich als eerste vertaalt in het onderwijsprincipe wat men fier uitdraagt.  Daardoor krijgt elk kind de ruimte en uitdaging om zich maximaal te ontplooien, in een veilige omgeving. Uiteraard heb je ook een enthousiaste ploeg professionals nodig, wat de onderwijsinspectie gelukkig ook onderschrijft. Uiteraard zijn, naast een gedreven directeur, ouders ook belangrijke stakeholders. Ik geloof dat de hoge betrokkenheid vooral komt door het enthousiasme en het ondernemende wat de school uitstraalt. Het team weet waar het voor staat en wat het wil met de kinderen!

Een prachtig voorbeeld van een kleine bloeiende kenniseconomie. Dat wil je toch niet sluiten? Nu zal een ander onderwijssysteem niet voor elke kleine school de oplossing zijn, maar ik geloof dat de kwaliteit sowieso valt of staat met een duidelijke visie en missie.

Onderwijs is ondernemen: een goede ondernemer heeft ook een visie, wil het maximale uit zijn onderneming halen en zal kansen zien, grijpen, sturen en zorgen (met zijn personeel) dat zijn klanten centraal staan. Zo zal een kleine ondernemer zijn strategie anders moeten insteken dan een grote ondernemer. En kom je op een gegeven moment op het punt dat je niet genoeg personeel meer hebt om de kwaliteit te garanderen…..

 

 

 

Andere tijden

 

 

 

 

 

 

 

 

bron: http://wakemedvoices.org/2010/08/brown-bag-lunch-shake-up/

 

 

Als ouder vraag ik me af waarom er veel gezegd wordt over het onderwijs, maar dat het kader: de onderwijstijden, eigenlijk taboe zijn. En dan laat ik de (zomer)vakanties even buiten beschouwing.

Het is toch voor iedereen ideaal om elke dag met hetzelfde rooster te werken, waarbij je als ouder je kind ‘s ochtends brengt en ‘s avonds haalt, je als leerkracht ‘s middags tijd hebt voor het (te) uitgebreide takenpakket en als kind een uitgebreid uitdagend aanbod krijgt.

Voorwaarde is dan wel dat die middagen goed geoutilleerd zijn: voor elk wat wils. Maar die opdracht kan je neerleggen met een partnerorganisatie. Waarom niet gewoon voor ieder kind de weektaak met in het vakje ‘vrije keus’ het naschoolse aanbod? Dat kan variëren van lekker spelen, een muziekinstrument leren bespelen, oefenen voor zwemdiploma C of Astron bezoeken (in het kader van techniek).

Laat ik voor mezelf spreken: voor ouders zijn dit soort activiteiten haast niet meer te organiseren, of je moet zelf flink wat dagen inleveren. Zwemles om 16:00 uur, wie verzint dat in deze tijd?

Het feit is dat de maatschappij rap verandert: werd er dik 10 jaar geleden bij mij in de lerarenkamer nog schande gesproken van de ‘sleutelkinderen’, nu is het gemeengoed dat vader en moeder samen de kost verdienen en het digitale tijdperk een 5-voudige agenda enigszins praktischer maar nog steeds puzzelen is. Het is echt niet meer alleen de vader die zondag het vlees snijdt, moeder doet steeds vaker mee.

Opvallend is dat directies die zich oriënteren op een continurooster vaak veel weerstand krijgen: van de eigen leerkrachten!  Ook ouders vinden het vaak een cultuurshock.

Uiteindelijk draait het om het kind. Je wil als ouder dat het zich maximaal kan ontplooien en het plezier heeft: in school en daarna en dat tijdens het avondeten de meest fantastische verhalen voorgeschoteld worden. Tegenwoordig kies je er niet meer voor om tweeverdiener te zijn, het is een noodzaak: dus laten we er met z’n allen het maximale uithalen voor het kind!