Tip: Waarom de meeste mensen deugen – 3 september – livestream!

Eind vorig jaar kreeg ik een hele mooie tip: koop het boek ‘De meeste mensen deugen’. Ik heb de luistervariant gekocht en het was echt een hele goeie tip! 🤗

En nu las ik dat er een livestream georganiseerd wordt op 3 september:

WAAROM DE MEESTE MENSEN DEUGEN – RUTGER BREGMAN
NA 15 THEATERS, RUIM 9000 MENSEN IN DE ZAAL, NU DE LIVESTREAM!

Dit is een avond over een radicaal idee.

Een idee waar machthebbers al eeuwen bang voor zijn. Waar religies en ideologieën zich tegen hebben gekeerd, media maar weinig over berichten en de geschiedenis één lange ontkenning van lijkt.

Het idee: de meeste mensen deugen. Dat toont Rutger Bregman aan in dit college, gebaseerd op zijn bekroonde gouden boek De Meeste Mensen Deugen. 

Met overdonderende bewijs en verrassendste verhalen uit de geschiedenis, psychologie, biologie en economie, laat Bregman zien dat mensen niet geneigd zijn tot het slechte, maar juist tot het goede.

Na deze avond weet je dat de wereld radicaal kan veranderen en kijk je voor altijd anders naar het nieuws, de politiek, en de wereld om je heen.

Ik heb mijn plekje gereserveerd! Kosten? 7,50 Euro. Kijk op:

https://www.haagschcollege.nl/college/rutgerbregmanlive

Ontdekkend leren met creativiteit

In de organisatie waar ik nu werk ligt de focus volgend jaar op de speelleeromgeving. Wat is er, waarom is het er, wat kan je ermee, wat zou er kunnen veranderen.

De valkuil die ik voorzie, is dat er helemaal voorbij gegaan wordt aan: waarom leggen we de focus op de speelleeromgeving. Want dat is net als vele schoolplannen of schoi. Er staan mooi geformuleerde doelen in en er wordt hard aan gewerkt maar vaak voorbij gegaan aan “waarom”.

Als de focus komt op de speelleeromgeving is het natuurlijk heel veilig om te kijken naar de huidige situatie, en op basis daarvan kijken wat er nog nodig is: aan materialen en aan vaardigheden. Dus in feite, in de termen van de golden Circle: het how en what. De speelleeromgeving is natuurlijk ook een heerlijk praktisch en concrete. En dat is niet verkeerd hoor! Maar ik zou nu de kans willen pakken om van binnen uit te gaan denken. Want dan kom je misschien tot nieuwe inzichten, nieuwe materialen en nieuwe vaardigheden! En in dat laatste is een krachtig element. Want het zorgt ervoor dat je uit die ‘tunnel’ komt.

Mijn doel is om mensen aan het denken te zetten. Ik wil dan ook dat mensen gaan kijken bij andere organisaties met een andere visie of invulling.

Creativiteit

Kinderen zijn creatief en nieuwsgierig. In eerder blogs schreef ik er al over. En ook al lijken kinderen het vanzelf te kunnen als volwassene heb je hierbij wel een hele belangrijk rol. Want wij kunnen ze aan de ene kant uitdagen, stimuleren, begeleiden en laten verwonderen en aan de andere kant zijn wij er ook heel goed in om die creativiteit en nieuwsgierigheid vakkundig om zeep te helpen. En daar moeten we ons ook bewust van worden.

Reggio Emilia

Ik kom toch weer bij Reggio Emilia. Ik merk toch dat het soms gezien wordt als een alternatieve stroming. Maar je hoeft echt geen Malaguzzi aanhanger te zijn. Het is ook de mindset. Nu heb ik begin dit jaar een adres gekregen en zodra er een organisatievorm opgezet is ga ik met de betrokkenen die kant op.

De gedachte van Reggio Emilia is: Kinderen worden geboren met vele mogelijkheden, zijn sterk, krachtig en creatief. Een kind is een door en door sociaal wezen dat al vanaf zijn geboorte aangewezen en uit is op communicatie met de ander en de wereld. Kinderen zijn onderzoekers en door en door leergierig en nieuwsgierig.


Wat wij als volwassenen kunnen doen is kinderen mogelijkheden bieden om zich op hun eigen wijze te kunnen ontwikkelen, want ieder kind is uniek. Een kind is volgens Malaguzzi omgeven door drie pedagogen:

  • de andere kinderen en de groep
  • de volwassenen
  • de de geboden ruimte en materialen.

En kijk – daar hebben we het laatste punt wat aansluit met waar de organisatie volgend jaar mee bezig gaat. Iedereen is zich er bewust van dat voor kinderen een rijke speelleeromgeving van groot belang is. Maar wat bied je aan?

Materialen en ruimte

In de pedagogische benadering van Reggio Emilia wordt gesproken over open-eind-materiaal. Dit is materiaal dat nog volop te vervormen is omdat het weinig vaste associaties oproept. Hierdoor gaan kinderen experimenteren en de materialen meer onderzoeken met hun zintuigen. Ook zie je dat kinderen gaan overleggen hoe ze een materiaal willen gebruiken en waarom ze ergens voor kiezen.

Als volwassene moet je wel bewust zijn wat je aanbiedt. Gekleurd papier is bijvoorbeeld al minder geschikt, omdat kinderen dat overal tegenkomen. Een rood blaadje papier roept bijvoorbeeld snel de associatie van hartjes, vuur en gevaar op. Blauw papier van lucht en water. Naturel gekleurd papier kan nog alles worden. Het kind kan het vervormen en er zelf een kleur aan geven als dat nodig is. Dat kan met behulp van stiften, krijtjes, verf, ballonnen, draad enzovoort. En houd dan niet vast aan een A4tje, maar pak lekkere grote vellen: want een tafel is niet noodzakelijk om aan de slag te gaan, het kan toch ook op de grond!?

Een andere vorm om de creativiteit te stimuleren is door de zintuigen te prikkelen. Dus niet alleen door te kijken, maar denk aan materialen met een aparte textuur of geur. Het hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Met een theezakje kan je al heel veel doen.

Het grote voordeel is : als je bewust bezig gaat met open-eind-materiaal, dan zal je zien dat het ook heel eenvoudig te verzamelen is. Je moet alleen goed inzien (en dus leren) zelf weer creatief te denken en te handelen.

Naast de materialen is de inrichting natuurlijk ook belangrijk.  Is deze inspirerend? Dat is het eerste waar naar gekeken moet worden. En dat kan je alleen maar goed beoordelen als je op andere locaties gekeken hebt.

En hoe worden de materialen aangeboden? Op een geordende manier? Kunnen kinderen er zelf bij en zelf kiezen? Een tip die ik laatst hoorde was het gebruik van doorzichtige bakken om materialen in op te ruimen. Geordend maar toch inspirerend omdat kinderen er zicht op hebben.

Rol pedagogisch medewerker

Materialen aanbieden doe je met een reden. Reggio Emilia zet in op het luisteren, niet op het vertellen. Je laat kinderen kiezen en vraagt of ze nog iets nodig hebben in plaats van dat je vanuit jezelf alles klaar zet en het daarbij laat. En dat vraagt vaak een hele andere houding van de pedagogisch medewerker. Maar op deze manier ontdekken ze al heel veel op een eigen creatieve manier. Want elk kind is uniek.

Ik heb er zin in 🙂

Tip op Netflix: “Rita”

Ik heb het helemaal gemist… de serie is al met haar 5e seizoen bezig – “Rita” – de eigenzinnige lerares. Ik ben fan geworden.

Trouw schreef het volgende erover:

In de Netflix-serie ‘Rita’ worden zware thema’s niet geschuwd. Toch stemt iedere aflevering vrolijk.

Stel je eens deze hilarische scene op een basisschool voor. Knud – blond, een jaar of acht, kwetsbaar koppie, linkse betweterige veganistische ouders – wordt sinds hij in de klas vieze suikerloze cakejes ronddeelde, gepest. Zijn kweller Liam – donker haar, zelfde leeftijd, maar forser – gebruikt tegen Knud niet alleen woorden maar ook zijn vuisten. Basisschooljuf Rita nodigt de ouders van beide kinderen uit om over dit probleem te spreken.

De vader van Liam biedt direct zijn excuses aan. Hij heeft een hartig woordje met zijn zoon gesproken, het zal niet meer gebeuren. Maar dan komen de vader en moeder van Knud aan het woord. ‘Nee, ú moet zich niet excuseren, maar wíj”, klinkt het. Ze hebben zich verdiept in de thuisproblemen van Liam, die vaak verhuisde, en ze begrijpen zijn frustraties. ‘Wij erkennen dat jullie het moeilijk hebben’.

De vader reageert verbaasd: wie zegt dat wij het moeilijk hebben? Antwoord van de twee idealisten: wij hebben privileges die jullie niet hebben. Vader Liam: ‘En daarom kan ik mijn zoon niet opvoeden? Ben ik een slachtoffer?’ En dan krijgt Liams vader er zo genoeg van dat hij de vader van Knud een vuistslag geeft. Je ziet Rita bijna juichen.

Vierde seizoen

Het is een scene uit het vierde seizoen van Rita dat inmiddels op Netflix is verschenen, en ach wat verbleekt die andere serie over het leven op school, ‘De luizenmoeder’. Wat is er geestig aan een stagiaire met een strak T-shirt waar directeur Anton hijgend achteraan loopt?

De non-conformistische Rita sekst met de directeur, geniet ervan en gaat vervolgens gewoon weer aan het werk, net als hij. In de loop van de seizoenen heeft ze trouwens menig ongeoorloofde affaire. De Deense schoolwereld kent natuurlijk ook zijn behoudende elementen en daarmee gaat Rita met haar vrije seksuele moraal de strijd aan. Waarom is ze juf geworden, wordt haar in het eerste seizoen al gevraagd. Het antwoord: om kinderen tegen hun ouders te beschermen.

Zware thema’s genoeg

In het vierde seizoen keert Rita terug naar haar geboortedorp en naar de school waar ze ooit zelf op zat. Ze is wat gegroefder in het gezicht maar verder de ouwe: ze rookt nog, ze draagt nog altijd geblokte houthakkershemden, een strakke broek en hoge hakken en zwaait nog altijd met haar lange blonde lokken. Via flashbacks komt de kijker nu meer te weten over haar eigen, moeilijke jeugd.

Er zitten zware thema’s genoeg in Rita: stuklopende relaties, moeizame vrouwenvriendschappen, seks met minderjarigen, scheiding, pesten. En toch stemt bijna iedere aflevering uiteindelijk vrolijk. Daar zit de kracht van dit Deense drama, in die combinatie van zwaarheid en lichtheid. O ja, en ook in het verslavende Deense liedje dat de serie in en uitluidt.

https://www.trouw.nl/nieuws/vergeet-de-luizenmoeder-hier-is-de-deense-juf-rita~b5d55c10/

“In het onderwijs moeten kinderen groeien, niet gezeefd worden”.

Wat een geweldig citaat. Ik las het vandaag op Twitter. De naam achter het citaat? Theo Thijssen.

Het citaat is van voor de Tweede Wereldoorlog. Thijssen maakte zich toen al zorgen hoe het onderwijs geworden was tot ‘eenheidsworst’. Ook al kunnen sommige kinderen het niet aan: ze moeten het toch leren. Niets leerling volgend.

Op de PABO presenteerde ik in het 4e jaar, bij het vak pedagogiek, de zorgroute voor zorgleerlingen. Via het PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg. ) Ik heb een half jaar stage gelopen op een VSO en het systeem werkte toentertijd. Het reguliere onderwijs was ontlast, en de kinderen die ‘uitvielen’ qua intelligentie of gedrag werden op een passende school geplaatst via het PCL. Alleen werd het systeem onbetaalbaar. De Wet op Passend Onderwijs werd uitgewerkt – om zoveel mogelijk leerlingen maar in het reguliere basisonderwijs te houden. En toen ik bovenstaand citaat las kwam het weer bij me boven. Theo Thijssen had een geweldig inzicht.

Hij heeft ook een boek geschreven, wat nog steeds aangeraden wordt om te lezen. Het heet: “De gelukkige klas” (uit 1926). Ik snap ergens wel dat dit verplichte kost moet zijn voor iedereen in het onderwijs. #eyeopener

Het verhaal gaat over een onderwijzer, meester Staal. Hij schrijft al zijn ervaringen, zowel goede als slechte, op in zijn dagboek. Zijn vrouw bekijkt zijn leerlingen alleen maar van de buitenkant en heeft soms een erg botte mening over hen. Staal kan zichzelf dan meestal nog net in bedwang houden, maar is het er volledig mee oneens.

Hij heeft veel verschillende kinderen aan wie hij meerdere jaren les geeft, in zijn klas. Eén leerling, Louis van Rijn, is erg ziek en komt vaak niet op school. Als zijn gezondheid zo slecht wordt dat hij niet meer naar school kan, komt Staal hem bezoeken. Louis had een sterke geest en wilde graag veel lezen. Staal zorgde dan ook samen met een andere leraar voor lectuur. Het verhaal eindigt met een bezoek aan Louis van Rijn. Staal was tot de conclusie gekomen dat zijn klas gewoon een gelukkige klas moest zijn en dat de dingen die ze moesten leren niets waard waren.

Ik vond een leuke samenvatting op internet:


Erg veel prestige heeft zijn baan niet, daarvan is meester Staal zich wel bewust. Zes dagen per week geeft hij les op een armenschool in de Amsterdamse Oosterparkbuurt. De kinderen in zijn klas dragen grauwe, verwassen kleren, ze ruiken naar de straat en hebben nauwelijks geld voor een verjaardagstraktatie. Het is ‘een wanhopige school’, vindt de vrouw van meester Staal, boordevol ‘stakkers’ – hij kan maar beter zo gauw mogelijk promoveren tot schoolhoofd of tot leraar op de hbs. Maar daar heeft meester Staal – hoofdpersoon en ikfiguur van De gelukkige klas – helemaal geen zin in. Want al is zijn salaris bescheiden en al ziet zijn vrouw hem liever op een ‘nette school’, hij is diep verknocht aan zijn werk en aan zijn klas. Die bestaat in zijn ogen helemaal niet uit stakkers maar uit veertig interessante, tienjarige individuen, die onder zijn begeleiding moeten uitgroeien tot zelfredzame volwassenen. Van de belevenissen van al die kinderen in één klaslokaal doet meester Staal verslag in een dagboek. Dat houdt hij stiekem bij, want zijn vrouw mag niet weten dat hij zijn tijd verdoet met ‘nutteloze beschouwingen’ over zijn ‘schoolmeestersgedoetje’. Terwijl hij zogenaamd blokt voor zijn akte Frans – die hem toegang moet verschaffen tot een door zijn vrouw zo fel begeerde betere baan – beschrijft hij wat hem werkelijk bezighoudt: de relatie van een onderwijzer met zijn leerlingen. Anders dan die andere beroemde schoolmeester in de Nederlandse literatuur – de norse, hoekige De Bree uit Bordewijks Bint (1934) – bekijkt Staal zijn leerlingen met een liefdevol oog en een warm hart. Hij ziet hun persoonlijke zwaktes en talenten, kent hun achtergrond, die doorgaans niet zo florissant is. Zo bewoont het gezin van één van hen een armoedige achterkamer, waar een benauwde
stallucht hangt. 

De ziekelijke Louis van Rijn, de slimme Hilletje, het gansje Leentje Roos, de eigenzinnige Fok – meester Staal geeft ze in zijn dagboek elk een eigen gezicht. Maar hij beschrijft zijn leerlingen ook als één klas, als ‘een stukje gemeenschap dat als individu optreedt’. Met een klas zit het zo, schrijft Staal: ‘Je kunt een klas plagen, vleien, doen lachen, doen beven, een klas heeft een eigen ziel.’ Die ziel ontleedt Staal – die je het alter ego van de schrijver zou kunnen noemen – in deze roman in dagboekvorm heel scherp. 


De klassenziel is veranderlijk: nu eens rebels, dan weer gedisciplineerd, of bang, of uitgelaten vrolijk. Komt er een nieuwe jongen met een bochel in de klas, dan blijven de gevreesde pesterijen uit en betoont de klas zich een meedogend, solidair wezen. Maar trakteert de arme Kris Beekbergen voor zijn verjaardag op bedorven noten, dan neemt langzaam maar zeker toch ‘de beroerde wolvenmoraal uit de grote mensenwereld’ bezit van de klas. 
Schoolmeester Staal heeft zelf een grote invloed op het welbevinden van de klas. Ook zijn ziel is niet constant: als hij overwerkt is van al dat leren voor zijn akte Frans, dan reageert hij zich af op zijn kinderen. Soms is het slecht gesteld met ‘de orde’ en verzucht hij: ‘het ging niet meer “vanzelf”, we waren weer duidelijk twee partijen: de klas en ik.’ Meester Staal is ook maar een mens en hij maakt wel eens een fout. Maar hij houdt wél van zijn kinderen en doet enorm zijn best om van zijn klas een veilig eilandje te maken. Dat eilandje wordt nog wel eens bedreigd: door armoede bij de kinderen thuis – zelfs het extreem lage schoolgeld van één cent is voor sommige ouders een probleem. Door armoede op school – voor broodnodige nieuwe leesboekjes is geen geld. Door Staals echtgenote met haar ‘nuffige oordeeltjes’, die geringschattend blijft doen over zijn klas vol stakkers. En door de inspecteur die meester Staal met idiote, tijdrovende ‘onderwijsvernieuwingen’ lastigvalt. Maar Staal weet al die aanvallen van buitenaf aardig te pareren. Hij volhardt in wat hij als zijn levenstaak ziet: mijn kinderen, ‘m’n heerlijke, lieve, lastige stel,’ geborgenheid te geven en ze ook nog iets te leren. Van die lessen hebben ze levenslang profijt, denkt Staal: ‘Ik ben waarschijnlijk te veel optimist – maar als ik een jongen zo zie stralen, denk ik altijd: het moeten toch wel sterke machten zijn, die van jou nog een beroerd mens kunnen maken.’


Bron: www.nederlandleest.nl

Onderzoek: terug naar de kinderopvang in coronatijd

De uitbraak van het coronavirus heeft een grote invloed gehad op ons dagelijks leven. Het instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden doet onderzoek naar de ervaringen van ouders en kinderen (0-4) rondom de sluiting en heropening van reguliere kinderdagverblijven.

In de toelichting staat te lezen:

Het onderzoek bestaat uit het invullen van een vragenlijst en zal ongeveer 20 tot 30 minuten van uw tijd kosten. De vragen die gesteld worden gaan over hoe het voor u en uw kind was om van de ene op de andere dag geen gebruik meer te kunnen maken van de kinderopvang. Ook wordt gevraagd hoe het voor u was om uw kind na de heropening (weer) naar het kinderdagverblijf te brengen en hoe uw kind daarop reageerde. Daarnaast stellen we wat vragen over het karakter van uw kind, het gebruik van kinderopvang en uw gedachten en gevoelens over de opvang in het algemeen. Deze zaken kunnen mogelijk beïnvloeden hoe ouders en kinderen de sluiting en heropening hebben ervaren. Tot slot zullen we een aantal algemene vragen stellen over uw gezin zodat we weten voor welke groepen ouders en kinderen de uitkomsten van dit onderzoek gelden.

Bekijk hier de uitgebreide toelichting van het onderzoeksteam

Klik hier om de vragenlijst te openen

Impact

Dat het impact heeft (gehad) op jonge kinderen is duidelijk. Ik heb het zoveel om me heen gehoord. Niet alleen baby’s die weer op de groep kwamen, maar ook dreumesen en peuters die weer helemaal moesten ‘wennen’, de veiligheid was volledig verdwenen. Veel ouders hebben in overleg de kinderen extra dagen laten wennen. Ik ben benieuwd wat er uit het onderzoek komt. Ik hoop dat veel ouders bereid zijn om dit in te vullen. Want de onderzoeksresultaten kunnen veel breder gebruikt worden schat ik zo in.

Zullen we met z’n allen, kinderopvangorganisaties, branches, schoolleveranciers, onderwijsadviesbureaus dit item delen? Opnemen in de nieuwsbrief?

Doen! Denk in het belang van het jonge kind.

_De_ trainer

De laatste tijd heb ik daar over na zitten denken. Wanneer ben je nou een goede trainer? Ben je goed als de cursisten een toets met goed gevolg afgerond hebben dankzij jouw training? Ben je goed als mensen vrolijk fluitend en dolenthousiast naar buiten lopen? Ben je goed als je dodelijk saaie stof geanimeerd over kan brengen?

Wat is de definitie van een top trainer.. En dan heb ik het niet over een sporttrainer.

Zoals ik eerder al schreef heb ik in mijn carrière –

Ok, even tussendoor. Ik vind de term ‘carrière’ altijd zo hautain decadent met een tikkeltje neerbuigendheid klinken. En als ouwe lul, en dat ben ik allemaal niet 😉

Laat ik het zo zeggen: Ik heb in mijn werkzame leven nog maar 1 echt goeie trainer gehad. Dat schreef ik eerder al. Afgelopen jaar. Ik was zwaar van haar onder de indruk en ik wil dat eens afpellen – want als je training moet geven voor een groep, dan kan je het best een paar ingrediënten tot je nemen om je verder te helpen. In andere blogs wil ik er wat verder op in gaan en ook tips geven hoe je tot iets komt. Let wel op: Pak er niet 1, 2 of 3 dingen uit.. geen cherry picking (EINDELIJK kan ik dat woord een keer gebruiken). Want bij een pannenkoek laat je ook niet het ei of het zout weg want dan zit je een smakeloze schijf deeg weg te werken. Juist het ei en het zout maken een pannenkoek smakelijk met een goede textuur. Net als een mooie training.

Goed, laat ik haar eens afpellen (dat klinkt gek – I know) – wat ik gezien heb wat haar tot een toptrainer maakt:

A) Humor

Ik ben er van overtuigd dat humor noodzakelijk is voor een goede trainer. Heb je geen humor? Sta er dan in ieder geval voor open. Daarover meer straks. Met humor kan je een groep op haar gemak stellen. Humor helpt je om de sfeer te laten pieken. Het moeten natuurlijk geen bijeenkomsten worden waar 3 uur later iedereen met buikpijn van het lachen de bijeenkomst verlaat. Tenzij dat je onderwerp is. Maar tijdens serieuze onderwerpen kan een leuke opmerking, of beweging, of geluidje echt helpen de mensen scherp en geanimeerd te laten zijn. Ze blijven scherper omdat ze niets willen missen.

Humor kan ook ontkrachten – het is een kunst om een deelnemer op z’n plek te zetten op een leuke manier. Je moet alleen wel goed aanvoelen of de humor ook begrepen wordt, anders krijg je pijnlijke situaties. Maar in elke groep heb je wel een lolbroek en dat kan best vervelend zijn. Ik ben zelf ook zo’n deelnemer. Humor is dan het beste wapen om mij op m’n plek te zetten.

B) Straal

Opgewacht worden bij de deur met meer dan een glimlach. Echt, het werkt. De kunst is om dat vol te houden totdat je de laatste deelnemer weer naar buiten hebt gebracht. Deelnemers komen bij jou op bezoek. Zie het als visite. Jij bent de gastvrouw / gastheer en jij hebt aandacht voor ze. Verslap daarin niet, want dat zien deelnemers. En geloof mij: dat is topsport en het levert zoveel op, want je gaat met plezier naar de vervolg bijeenkomst. Wedden dat je vroeger komt dan gevraagd?

C) Vertrouwen

Je hoort wel eens de tip bij beginnende trainers die een groep eng vinden: ” bedenk maar of al je deelnemers naakt voor je zitten”. Nou, geloof mij: dat werkt niet. Ik heb het echt wel eens geprobeerd. Maar ik zie het nut er niet van in. En als beelddenker leidt dat zelfs heel erg af en ja, dat kan je van 2 kanten zien. Vertrouw op jezelf en zie de bijeenkomst als spel. Het leuke is, jij kent en bedenkt de spelregels. Je hebt 1 opdracht en jij gaat de uitdaging aan om iedereen mee te krijgen. Vergeet niet: deelnemers zien jou als deskundige. Je staat al met 10-0 voor. En als je vertrouwen hebt, maakt dat je leven zoveel makkelijker voor de groep. Dan moet het niet uitmaken of je 1 op 1 werkt of voor een groep van 500. Vergeet niet: vertrouwen straal je uit. Ik heb geleerd dat mensen op je kunnen vertrouwen (zie D) en vertrouwen in je hebben. Dus vertrouwen in jezelf is al een hele belangrijke basis voor een goede bijeenkomst. Als de groep jou vertrouwt, dan is de missie eigenlijk al geslaagd. Noem het maar het ‘meel’ van de pannenkoek. Er moet genoeg zijn, anders kan je de pannenkoek weggooien.

D) Eerlijk en oprecht

Ken je doelgroep. En hun achtergrond, wees geïnteresseerd in wat mensen zeggen – als dat je ligt. Zo niet, niet doen. Ook al is het een spel, deelnemers moeten wel het idee hebben dat je eerlijk en oprecht bent. Ik moet toegeven, puntje D is voor mij echt nog altijd een aandachtspunt. Ik vind het zelf nog een lastig punt, omdat ik daar nooit zo mee bezig ben geweest: het zit van nature niet in mij.

Eerlijk betekent ook dat je durft te zeggen dat je iets niet weet of iets van een onderdeel zelf ook niets vindt. Als trainer sta je niet boven de groep, maar in de groep. One of the guys, met net iets meer kennis op bepaalde gebieden dan de rest. En bedenk: een deelnemer kan op een ander (aansluitend) gebied misschien wel meer kennis hebben dan jij. Gebruik dat en geef het toe. Hoe leuk is het om dan iemand naar voren te halen en er een spontane duo presentatie van te maken!

Werkvormen moeten daar ook bij passen. Als jij iets doet omdat het voorgeschreven staat dan zal elke vorm van dynamiek eruit gehaald worden. Doe het dan niet. Want wees eerlijk: iedereen wil toch weten wie ooit de rollenspellen uitgevonden heeft om daar eens een hartig woordje mee te spreken? Tenzij je er zelf in gelooft natuurlijk.

E) Boven de stof staan

Het maakte mij nieuwsgierig. Het was fascinerend om te zien hoe praktijkvoorbeelden uit de groep vertaald werden door haar. Overal werden er verbanden gelegd, theorie en praktijk met steeds weer de link naar de stof die tijdens de bijeenkomst centraal stond. Hoe kan je daar op voorbereiden? Niet echt. Je kan zelf voorbeelden bedenken, dat is al een stap in de richting. Ervaring, en weer dat vertrouwen en het uit handen durven geven : vraag andere deelnemers als jij het even niet weet.

Boven de stof staan betekent ook: loskomen van die ellendige Powerpoint. Waar ik soms teveel verbanden leg en de hele groep daardoor zwaar aan de ritalin moet omdat ze gaan stuiteren is de keerzijde: vasthouden aan de powerpoint omdat deze jouw levenslijn is. Een powerpoint is ter ondersteuning. Voor jouw lijn, jouw verhaal. De powerpoint mag nooit het verhaal zijn. En als je boven de stof staat, dan heb je die Powerpoint niet eens nodig en staat ie er voor de vorm, omdat men het verwacht.

Boven de stof staan betekent ook: durven te schrappen of van je verhaal af te stappen, een zijweg te nemen als dat nodig is. Dat heeft weer alles te maken met nummer K – de natuurlijke thermometer.

F) Los

Ik hou er niet van als je voor de groep staat. Natuurlijk, dat is zo gegroeid in onze cultuur. Maar kijk naar de Grieken en Romeinen: de wijsheren hadden de mensen ook om zich heen. Ik vergelijk het met het optreden tijdens een festival: de bands waarvan de gitarist of beter nog de zanger een act doen in het publiek worden nog enthousiaster ontvangen dan dat ze alleen maar op het podium staan. Dat is ook gaaf, maar als je in de groep staat. Het vertrouwen uitstraalt – dan is het af.

Dat zag ik ook terug. Naast deelnemers gaan zitten tijdens een videofragment, of tijdens een discussie. Zorg voor een hoefijzer opstelling (ik weet even niet hoe dat officieel heet) zodat je vrij rond kan lopen en iedereen kan aankijken. Helaas is de 1,5 meterregel die de sfeer iets verpest, maar geloof me. Als je beweegt, de afstand vergroot en verkleint, meedoet dan heb je de aandacht, maak je mensen nieuwsgierig en willen ze meedoen.

G) Kwaliteit willen leveren

Ik kreeg wel eens de opmerking dat ik zelfs een koelkast kon verkopen aan een ijsbeer. Geloof me, het moest een compliment zijn maar ik vatte dat anders op: ik wil geen verhaal ‘verkopen’ waar niemand op zit te wachten. Ik wil eerlijk zijn en kwaliteit leveren. Dus kwaliteit leveren betekent: geloven in wat je zegt (zie H) en leg die lat hoog. Daar heb ik eerder over geschreven. Jouw verhaal wordt het verhaal waar mensen iets aan gaan hebben, er zit een gouden randje om heen. Kwaliteit zit in de inhoud, in jou als trainer, in de aankleding van de ruimte, in de aandacht en de inhoudelijke mens. Geloof me: neem altijd een zak snoep mee. Want als gastvrouw / gastheer schenk je ook niet alleen thee, daar doe je toch ook een koekje bij? Kwaliteit staat ook voor de voorbereiding, de materialen die de deelnemers krijgen, de training zelf en de afsluiting. Wees zelf niet te snel tevreden. Check, aandachtspuntje voor mij – ik vergeet dat zakje vanillesuiker nog wel eens bij de pannenkoek als extraatje.

H) Er in geloven

Al heb je alles tot in de puntjes voorbereid, heb je kwalitatief gezien jezelf overtroffen: als je niet gelooft in je boodschap, stop dan maar gelijk. Je kan niet rechtpraten wat krom is. Want dan torn je aan ingrediënten B, C, D en G). Als je ergens in gelooft dan worden punten A,B,C,D,E,F en G zoveel eenvoudiger. Dan zit je op je plek, dan heb je iets moois bereikt. Want jij mag vertellen hoe gaaf iets is en hoe de deelnemers het kunnen omarmen. En wat is er mooier als zij ambassadeur worden van jouw verhaal? Als je dat lukt. Wow.

I) Kleren maken de vrouw / of man

Ik twijfel over dit punt. Ik heb zo vaak te horen gekregen dat dit belangrijk is. Dress to impress.. ok, maar wees wel eerlijk. Blijf bij jezelf. Ik ben er van overtuigd dat kleding een visitekaartje van je innerlijk is. Ok, zweverig, maar volgens mij werkt dat zo. Het moet matchen. Het voordeel is: als je dicht bij jezelf blijft qua kleding, dan geeft dat jezelf ook weer veel vertrouwen.

J) Sta open

Deelnemers hebben vragen. Er zijn legio manieren om die te parkeren. Daar kom ik later op terug. Maar sta er wel voor open. Heb het lef, het vertrouwen. “Kom maar op”, die houding. Durf deelnemers uit te dagen.

K) De natuurlijke thermometer

Dit heb je, of dit heb je niet. Sorry, niet iedereen kan een toptrainer zijn. Als jij de groep aanvoelt dan neem je ze mee. Dan zit je op open zee en is het een heerlijk dynamisch spel van vraag en aanbod, het spel is begonnen en niemand wordt zeeziek. Voel je de groep niet aan? Prettige wedstrijd, maar dan worden alle punten daarvoor negatief belicht. En als dan de groep met je aan de haal gaat, heb jij misschien niet eens door dat het slecht ging, maar de deelnemers komen met de motivatie van een hond die in de stromende regen uitgelaten moet worden terug. Een pannenkoek moet je ook niet in de pan laten creperen. Die schud je los, die draai je eens. Je ziet de gaatjes vallen, en dan weet je dat je ‘m kan keren. Je leest de pannenkoek. En op het juiste moment leg je ‘m op het bord. Ben je de pannenkoek vergeten omdat je andere dingen deed en is ie zwart? Of wil je te gehaast en ga je niet mee met de golven? Dan kan je ‘m proberen gaar te kauwen, het gaat je niet lukken.

L) Timekeeper

Begin op tijd, stop eerder dan gepland en als jouw thermometer aanstaat weet je ook wanneer je moet pauzeren of zoals zij er een energizer ingooien. Goed, dat is 1 discussiepuntje, die energizers. Ik heb er een schurfthekel aan als deelnemer en al helemaal als trainer (en ik vraag de groep altijd hoe zij daar tegenover staan. Als ze het willen dan krijgen ze het, maar ik zal het niet snel zelf doen. Dus blijf bij jezelf. Mijn groep vond ze heerlijk – dus tja..

M) Screw it – let’s do it!

Wees tot op het bot gemotiveerd. Dat hangt nauw samen met de eerdere punten – wees gedreven. Ik schreef het eerder al: ik ga altijd voor die 120% Motivatie is een adrenaline generator en omdat je dat ook weer uitstraalt worden de eerdere punten tijdens de bijeenkomst een genot om uit te voeren en naar te kijken. Geloof me, ik heb het gezien en ervaren.

N) Flair en expressief

Het hangt nauw samen met het ‘los’ staan (F) en helaas… niet iedereen heeft dit en sterker nog: je leert het ook niet snel aan. Ik denk dat het een natuurlijke gave is. Het is die oogopslag, die blik, de mimiek, de intonatie van je stem, het verhalend kunnen vertellen van fluisterend naar luid. Beeld je in dat je een boek voorleest aan je jongste – zonder stemmetjes he – maar wel expressief en dynamisch … dat. Tuurlijk, dat deel kan je leren, maar daarna komt het aan op aanvoelen, invoelen, die thermometer, maar dan ook op individueel niveau. Het is een spel, een dans, een verbindend element. Het zorg ervoor dat elke deelnemer zich gezien voelt. Ook degene die zich verschuilt. Het helpt al, als je er bij jezelf bewust van wordt. Maar daar kom ik later op terug.

O) Sfeer creëren.

Dat is op zich geen kunst, maar je moet het wel zien. En lang niet iedereen heeft dit van nature in zich en als je het dan doet, dan moet het wel ‘echt’ zijn. Mijn ervaring is dat zij elke ruimte tot een feestje maakt om in te leren. Practice what you preach. Het zit in de materialen die aanwezig zijn, de speeltjes op de tafels zodat je als deelnemer lekker kan fröbelen, Of de heerlijke koeken en taartjes tijdens het koffiemoment. Het koffiemoment wat je, als het kan, zoveel mogelijk buiten de trainingsruimte doet. Als gastvrouw/gastheer wil je het gezellig maken. Niet een standaard ‘cursusomgeving’ met een blocnote, een pen en hand-outs. Nee, je wil dat het echt een feestje is om de ruimte binnen te stappen. Je komt als deelnemer binnen, bent verrast, wordt nieuwsgierig en je staat gelijk aan. Het typeert je ook als mens als je deze kunst verstaat. Hartelijk, warm en oprecht.

Resume

Ik realiseer me dat ik aardig wat punten op een rijtje heb gezet, en volgens mij nog niet alles. Zie het als een groei blog 😉

Maar serieus: het zijn aardig wat kenmerken die je moet hebben. Niet iedereen kan een toptrainer worden, en dat hoeft ook niet. Ik vind het belangrijk dat je dingen herkent, oppikt voor jezelf en uitdiept. Weten waar je uitdagingen liggen en je sterke kanten. Want bij mij gaat ook niet elke training goed.

Ik deel het graag, omdat ik weet dat mensen graag hun boodschap willen delen, maar het soms heel ingewikkeld vinden. En dat is zo jammer! Ik gun het iedereen om dat te kunnen. Je hoeft geen toptrainer te worden, als je er maar wel naar streeft. Daag je zelf uit.

De komende tijd zal ik dieper ingaan op bovenstaande punten. Even de diepte in met praktische tips, werkvormen, ideeën. Misschien dat ik het ook nog in boekvorm ga uitbrengen.. Dus mocht jij nog tips hebben die ik gemist heb: deel ze!

En weet je waar ik trots op ben? Dat ze mij onderstaande feedback gaf na een korte training die ik moest voorbereiden.. die lat was in al die bijeenkomsten zo hoog gelegd.. pff. Een mooier compliment kan je niet krijgen – en ik bloos niet gauw – het is haar gelukt 🤗