Hoe kan wetenschappelijke kennis de kwaliteit van je lessen verbeteren?

Er is niets zo praktisch als een goede theorie. Maar in de wereld van onderwijs is er nog wel sprake van een groot gat tussen wetenschap en praktijk van alledag. Maar gelukkig zijn er ook veel positieve voorbeelden! In deze podcast ga ik in gesprek met Gert Verbrugghen. Docent Engels op het Alfrink college in Deurne. Gert gebruikt heel bewust wetenschappelijke kennis om zijn lessen in te richten. Je zou dit ‘evidence informed werken‘ kunnen noemen. Zo werkt hij met een uitgekiend beloningssysteem om positief gedrag en inzet te waarderen. Iets dat de leerlingen erg waarderen. Maar er zijn meer interessante keuzes die Gert maakt. Bijvoorbeeld de nadruk op leerwerk in plaats van maakwerk. Hij ziet veel voordelen om de leerlingen uit te dagen om kennis te memoriseren (denk aan een gedicht). Om vervolgens de Engelse grammatica regels toe te lichten. Wat zijn aanpak ook bijzonder maakt is de synergie op schoolniveau tussen expliciete hoge verwachtingen (leerprestaties) en ruimte voor iedere leerling om in zijn eigen tempo te werken. Ook met toetsing maakt het schoolteam onderbouwde keuzes. Er zijn drie formele toetsmomenten met cijfer, bij extra toetsing worden er geen cijfers gegeven. Deze meetmomenten zijn primair bedoeld om te leren van fouten. Elke leerling (en de klas als geheel) krijgt gerichte feedback. Gert is ook sterk voorstander van structuur, regelmaat en orde in de klas. Zo oefent hij met alle leerlingen in het begin van het jaar hoe de klas binnen te komen en wanneer het tijd is om de tas in te pakken (dus niet 10 minuten voor tijd). Allemaal bedoeld om de lestijd zo optimaal mogelijk te benutten. Luister nu naar een bijzonder inspirerend en praktisch gesprek over de brug slaan tussen wetenschap en praktijk!

Francesco Tonucci: “Hablamos mucho de los niños, pero muy poco con los niños”

We praten veel over kinderen, maar heel weinig met kinderen

Francesco Tonucci

Ik zag een interessante feed langskomen op Twitter. Nu ben ik met Duolingo nog niet ver genoeg om het artikel te lezen en is Google Translate mijn vriend 🤗

Dit is het originele bericht : https://www.rtve.es/noticias/20200829/entrevista-pedagogo-investigador-italiano-francesco-tonucci/2041015.shtml

Dag in dag uit wordt er over kinderen gesproken, hoe ze in gevangenschap hebben geleefd, wat zijn de gevolgen die deze maanden zullen hebben voor hun leerproces of hoeveel ze nodig hebben om terug te keren naar de klas, maar waarom wordt er nooit naar antwoorden in hen gezocht? Dit is wat de Italiaanse leraar, pedagoog, onderzoeker en cartoonist, Francesco Tonucci, ook wel bekend als “Frato”, niet begrijpt.

Als hij een van de meest gerespecteerde stemmen in de onderwijswereld is, is dat mogelijk niet alleen vanwege zijn opleiding, maar ook en vooral omdat hij zijn hele leven heeft geluisterd naar wat kinderen te zeggen hebben over de beslissingen die op hen van invloed zijn. .

In deze tijd van onzekerheid en spanning over hoe de terugkeer naar school zich zal ontwikkelen in combinatie met Covid-19, komen talloze instellingen of onderwijsinstellingen uit landen als Argentinië, Peru of Colombia naar Tonucci (Fano, 1940) om erachter te komen wat hun voorstellen zijn. en neem nota van enkele ideeën die hij altijd verdedigde en die nu relevanter zijn dan ooit.

Onder hen, die rechtstreeks verband houden met “The City of Children”, een project dat de Italiaan in 1991 startte met het vaste doel om “het kind te plaatsen op de plek die wordt ingenomen door de werkende volwassene, die zich verplaatst. auto”.

VRAAG: Wat is er met de kinderen gebeurd tijdens deze pandemische maanden?

ANTWOORD: Het eerste is dat we veel over kinderen praten, maar heel weinig met kinderen. De enigen die uit alle debatten zijn, zijn zij. Het is indrukwekkend te betreuren dat 30 jaar geleden alle landen van de wereld in het Verdrag inzake de rechten van het kind hebben geratificeerd dat ze het recht hebben om zich uit te drukken telkens wanneer beslissingen worden genomen die op hen van invloed zijn en nu worden ze geraadpleegd in niets dat over hen wordt besproken . We bevinden ons in een situatie van illegaliteit. Het moet gezegd worden zoals het is.

We praten veel over kinderen, maar heel weinig met kinderen “

Toen de ramp begon, de pandemie, half maart, stuurden we een bericht naar de “Steden van jongens en meisjes” zodat de burgemeesters de kinderraden virtueel zouden bijeenroepen. Van daaruit en uit verschillende onderzoeken die we in verschillende landen hebben gepromoot, trekken we drie zeer duidelijke conclusies: dat de kinderen hun vrienden misten, dat ze een geweldige tijd hadden met hun ouders (als nooit tevoren in hun leven), en dat ze genoeg hadden van huiswerk en van virtuele klassen.

V: Kan de ervaring van opsluiting u negatief hebben beïnvloed?

A: Het is waar dat er altijd gecompliceerde situaties zijn, maar in de meeste gevallen die bij ons binnenkomen, zien we dat het een goede ervaring voor hen is geweest. Ik denk niet dat we bang hoeven te zijn voor hoe ze herstellen, omdat ik de opsluiting niet als een trauma beschouw, om een ​​nobele en een onedele reden.

Het nobele is dat ze het thuis bij hun ouders doorbrachten en het onedele is dat de kinderen al eerder waren opgesloten. Het is niet dat ze als gevolg van de pandemie leerden zichzelf op te sluiten, het is dat ze ook niet eerder de deur uit konden gaan omdat kinderen allang de openbare ruimte verloren hebben. Ze kunnen alleen uitgaan als ze worden vergezeld door hun ouders.

V: Nu zijn er ouders die zich zorgen maken over de leerkloof, over de tekortkomingen in hun leerproces … Begrijpt u deze angst?

A: Het is duidelijk dat wat de school op dit moment onderwees erg kwetsbaar is, het is erg zwak om te leren. Het probleem is dat het niet veel sterker was voordat (…) Er is een zeer hoog percentage kinderen dat zich verveelt op school, die niet wil gaan. En dit is niet vanwege het virus.

Maar zich afvragen wat ze hebben verloren, lijkt een belachelijke manier. Ik zou graag willen dat je wat tijd neemt om aan het nieuwe schooljaar te beginnen nadat je hebt geanalyseerd wat de kinderen hebben geleerd en wat ze hebben opgedaan.

V: Wat hebben ze geleerd?

A: Ze leerden te leven, te reageren op een spervuur ​​van gruwelijk nieuws dat elke dag in hun huis kwam, te leven met rouw of ziekte. Dit alles moet naar de school. Het kan niet zo zijn dat de school voor de ander zorgt. Kijk, de Italiaanse school nam als motto “De school stopt niet”. Dit is absurd. Als de wereld is gestopt, moet de school stoppen, want niet stoppen betekende niet alleen dat er een programma werd voortgezet en dat terwijl iedereen het op straat over een virus had, zelfs in de bètaklas ze het hadden over de fotosynthese.

Elisa, een 9-jarig meisje uit Lima, zei in een enquête dat ze voorheen niet kon begrijpen wat er gebeurde omdat ze op school zat.

We hebben een voorstel gedaan genaamd “Het huis als laboratorium.” We dachten dat als alles was gestopt en de wereld van kinderen beperkt was tot hun huis, het juiste was om ouders te vragen huishoudelijke activiteiten om te zetten in nieuwe taken, dat kinderen met hun ouders koken, kleren wassen of strijken . Of dat ze werd gevraagd foto’s te bekijken om hun persoonlijke geschiedenis te reconstrueren, dat ze een geheim dagboek hadden, dat ze als gezin een half uur per dag samen een roman lazen alsof het een theater was … En in veel landen is het ook gedaan.

In Argentinië belde de minister van Onderwijs me, ik sprak met hem via Skype en we hielden samen een openbare conferentie. Volgende week zullen we een notitieboekje presenteren dat het ministerie heeft voorbereid en dat op scholen wordt uitgedeeld. Dit idee is daar opgenomen en ik doe ook andere voorstellen om weer naar school te gaan.

V: Deze voorstellen hebben niets te maken met computers en tablets …

A: Het is dat de technologie totaal faalde. De kinderen vonden didactiek op afstand niet en het is duidelijk dat het gebruik van technologie om les te geven niet werkt, maar persoonlijke hulp is niet voldoende omdat de masterclass een zeer zwakke manier is om kennis over te dragen. Wat werkt, is de kennis die leerlingen ontwikkelen door te zoeken en te onderzoeken, niet door naar leraren te luisteren.

“Het gebruik van technologie om les te geven werkt niet “

Ik had graag gezien dat de school de platforms op zijn minst gebruikte als instrument om met de leerlingen in dialoog te gaan, hen te helpen begrijpen wat er in de wereld gebeurde en hun gevoelens te uiten.

Vraag: We horen ouders en politici voortdurend zeggen dat kinderen nu weer naar school moeten. Zoals je het ziet?

A: Kinderen hoeven niet naar school te gaan. Het is niet waar, en hiermee wil ik het belang van de school niet verminderen. Als kinderen de school hebben gemist, is dat omdat het vandaag de enige plek is waar ze vrienden kunnen ontmoeten, omdat ze de straat zijn kwijtgeraakt.

Een jongen uit Argentinië vertelde ons: “Ze hebben van school gehaald wat mij het meest interesseerde, vrienden en pauze, en wat we het minst leuk vonden, lessen en huiswerk, is bewaard gebleven.”

Als de school de moed heeft om te begrijpen wat er gebeurt, moet ze klaar zijn voor een radicale verandering die vandaag nodig is.

V: Wat is de afslag die onderwijscentra moeten nemen?

A: Kinderen kunnen niet allemaal in een klaslokaal blijven, voor een leraar, maar deel uitmaken van onafhankelijke groepen die voor zichzelf werken zoals vroeger. Naar dat beeld van een school, die altijd de goede school van de goede leraren was, is het heel gemakkelijk om vandaag terug te keren met de pandemie omdat de ene groep in de gang kan zijn en een andere groep in de klas, en zo de autonomie die er is is verloren.

Vraag: We horen ouders en politici voortdurend zeggen dat kinderen nu weer naar school moeten. Zoals je het ziet?

Artikel 29 van het Verdrag inzake de rechten van het kind zegt dat het doel van onderwijs de ontwikkeling is van de persoonlijkheid van kinderen, hun bekwaamheden, tot het uiterste van hun mogelijkheden. Dat is het doel dat het gezin en de school zouden moeten hebben met betrekking tot onderwijs en niet om de verwachte resultaten te behalen of kinderen te beoordelen op hun prestaties.

Maar dit alles dat we aan de orde zullen stellen, moet niet ver of hoger worden besloten, op het niveau van de ministeries. In elke school of in elke stad moet een tafel worden geopend, een tafel waarin vier hoofdrolspelers zich bevinden: de stad, de school, het gezin en de kinderen. Dat alle vier aanwezig zijn en alle beslissingen komen uit een gedeeld debat.

V: Kan de pandemie ons wakker schudden?

A: Elke keer dat er een sterk trauma is, worden we geconfronteerd met de mogelijkheid van veranderingen. We moeten denken dat er tot dusverre iets niet heeft gewerkt en ik zie dat dankzij de tragedie oude voorstellen binnenkomen, in mijn geval van meer dan 50 jaar geleden.

Tegenwoordig vragen scholen de stad om lege ruimtes om de studenten te verdelen, maar ik denk graag dat de stad volledige ruimtes kan bieden, dat je school buiten de klaslokalen kunt maken door een fabriek, een uitgeverij, een museum, een orkest te bezoeken. … nodigen de stad uit om zich met educatieve voorstellen aan scholen aan te bieden.

“Ik vind het leuk om te denken dat je school buiten de klas kunt doen “

Het virus biedt ons een correctere stad waar de behoeften van voetgangers meer worden gerespecteerd dan auto’s, zoals in Pontevedra bijvoorbeeld.

V: Welke specifieke voorstellen geeft u aan degenen die u raadplegen, welke maatregelen kunnen worden genomen om weer naar school te gaan?

A: Laat de kinderen zelfstandig bewegen. Het lijkt een tegenstrijdigheid, maar we stellen het al jaren voor. Als ze alleen op pad gaan, is het de helft van de mensen die verhuist (…). We stellen ook voor om de straten nabij de scholen tijdens de openingstijd af te sluiten voor verkeer, omdat de school op die manier kan profiteren van deze vrije ruimte om te rusten, gymnastiek te doen … Door haar ruimte uit te breiden, ontstaat ook een omgeving van stedelijk respect.

Een ander voorstel dat vooruit is gegaan en dat nu een sterker gevoel heeft, is dat alle ruimtes van de centra worden gebruikt om laboratoria en werkplaatsen te creëren en niet alleen klaslokalen. Je moet het klaslokaal opgeven en ruimtes creëren die ergens in gespecialiseerd zijn, in muziek, wetenschap, kunst, of je moet een tuin hebben als wetenschappelijk laboratorium of een keuken.

Je moet het klaslokaal opgeven en gespecialiseerde ruimtes creëren “

Het zouden groepen moeten zijn die van de ene plaats naar de andere gaan en niet acht uur op dezelfde plaats zitten, want dat zou nu, alleen vanwege de gezondheidsproblemen, niet moeten worden toegestaan. Ook zal een jongen die als danser werd geboren of een meisje dat mechanisch werd geboren, niets vinden dat suggereert dat ze die roeping hebben. Het zullen ezels zijn op school terwijl ze misschien potentiële genieën zijn in hun sector. De juiste school moet iedereen helpen zijn eigen school te vinden.

Vraag: Is er een bericht dat u aan ouders wilt doorgeven?

A: Ik zou je willen vertellen om met je kinderen te praten, om te proberen te begrijpen wat de kinderen in deze sluitingstijd hebben gewonnen, want iedereen heeft zeker veel verdiend en veel gegroeid. Een vijfjarig Argentijns meisje zei bijvoorbeeld dat ze tijdens de bevalling leerde alleen slapen. (…) Ouders moeten worden geadviseerd zich af te vragen wat ze van hun kinderen hebben geleerd, wat ze ontdekten dat ze voorheen niet wisten.

En dat ze, als dit allemaal voorbij is, ze meer autonomie geven, dat ze ze het huis alleen laten verlaten. Het zou geweldig zijn als het virus, dat een tragedie is geweest, dat aan kinderen zou geven.

Ga samen op zoek naar geluk

“Een leraar bracht ballonnen naar school en vroeg de kinderen om ze op te blazen en daarna hun naam erop te zetten. Ze gooiden de ballonnen de hal in terwijl de leraar ze husselde. Daarna gaf hij de kinderen vijf minuten om de ballon met hun naam erop te vinden. Ze renden rond en zochten uitzinnig. Maar toen de tijd op was, had niemand zijn eigen ballon gevonden.

Daarna moesten ze van de leraar dat de dichtsbijzijnde ballon oppakken en hem aan de persoon geven wiens naam erop stond. In minder dan twee minuten had iedereen zijn eigen ballon.

Tenslote zei de leraar, “Ballonnen zijn als geluk. Niemand vindt het als ze het enkel voor zichzelf zoeken. Maar als iedereen investeert in elkaars geluk, vinden ze hun eigen geluk het snelst.”

Tip: Waarom de meeste mensen deugen – 3 september – livestream!

Eind vorig jaar kreeg ik een hele mooie tip: koop het boek ‘De meeste mensen deugen’. Ik heb de luistervariant gekocht en het was echt een hele goeie tip! 🤗

En nu las ik dat er een livestream georganiseerd wordt op 3 september:

WAAROM DE MEESTE MENSEN DEUGEN – RUTGER BREGMAN
NA 15 THEATERS, RUIM 9000 MENSEN IN DE ZAAL, NU DE LIVESTREAM!

Dit is een avond over een radicaal idee.

Een idee waar machthebbers al eeuwen bang voor zijn. Waar religies en ideologieën zich tegen hebben gekeerd, media maar weinig over berichten en de geschiedenis één lange ontkenning van lijkt.

Het idee: de meeste mensen deugen. Dat toont Rutger Bregman aan in dit college, gebaseerd op zijn bekroonde gouden boek De Meeste Mensen Deugen. 

Met overdonderende bewijs en verrassendste verhalen uit de geschiedenis, psychologie, biologie en economie, laat Bregman zien dat mensen niet geneigd zijn tot het slechte, maar juist tot het goede.

Na deze avond weet je dat de wereld radicaal kan veranderen en kijk je voor altijd anders naar het nieuws, de politiek, en de wereld om je heen.

Ik heb mijn plekje gereserveerd! Kosten? 7,50 Euro. Kijk op:

https://www.haagschcollege.nl/college/rutgerbregmanlive

Gedrag veranderen

Zelf vind ik het nog steeds een rare tijd. Corona is sinds maart een ‘rode draad’ in alles wat je buitenshuis doet. Het binnen blijven, het thuis werken, de wekelijkse persconferenties die ik met vrienden elke dinsdag beluisterden alsof het ‘Radio Oranje’ was op de radio. De verlenging van de maatregelen tot het moment dat er meer los gelaten werd. De scholen deels weer open ging, helemaal weer open gingen, de kappers, de terrassen, het dagelijks leven.

Ik heb dat als heel surrealistisch ervaren.

Gisteravond ben ik teruggekomen van vakantie. Wij reden 3 weken geleden naar Spanje, Catalonië. Een reis die al rond de Kerst geboekt was. Tja, ga je wel, ga je niet… We besloten om te gaan. De coronamaatregelen daar maakte wel indruk op mij.

Wat ik al eerder schreef: wij zullen, als mens, zo weer terugvallen in ons oude gedrag, als we niet ‘fysiek gestuurd’ worden. Op de camping was dat duidelijk vormgegeven: de receptie had een eenrichtingsweg. Er stonden schotten tussen de balies en met tape was de 1,5 meter uitgebeeld voor eventuele rijen. Bij elke in- en uitgang hing ontsmettingsmiddel (als je daar aandelen in hebt.. wow). Het sanitair was om-en-om gesloten zodat je niet naast elkaar stond bij de wasbakken. Mondkapjes waren binnen overal verplicht en je werd de winkel uit gebonjourd als je geen mondkapje had. En reageer dan maar eens in je beste Spaans.. 🙄

De kustplaatsen gaven hetzelfde beeld. De terrassen waren ruim opgezet met weinig tafels, en alle medewerkers, verkopers, waar dan ook, droegen een mondkapje: binnen of buiten.

En toch ging het daar ook mis: een verordening en in heel Catalonië moest je de hele dag een mondkapje ophebben: binnen en buiten, ook tijdens het sporten. Er was ook opeens opmerkelijk veel meer politie om te handhaven, en mensen werden direct aangesproken als ze geen mondkapje droegen. De dag dat het verplicht was, zag je ook werkelijk waar bijna iedereen met een mondkapje rondlopen. Dat was zo’n rare ervaring.

Ik zag het niet zitten, op de atb rondfietsen door de heuvels met een mondkapje. De kinderen, die de eerste stap van de plek een mondkapje op moeten om naar het zwembad te gaan. De musea die vrijwel allemaal dicht gingen. De wereld wordt dan wel heel klein.

We hebben de spullen gepakt en zijn naar Frankrijk gegaan en zijn anderhalf uur noordelijker neergestreken. De sfeer was gelijk anders. Medewerkers droegen wel allemaal mondkapjes. Overal. Maar de mensen? anderhalve meter? Ok, ook op deze camping waren drastische maatregelen genomen: bijna alle sanitair was gesloten en overal ontsmettingsmiddel. Maar het (fysiek) strikte wat in Spanje was, was al een stuk minder in Frankrijk. En je merkte dat ook aan het gedrag. Er waren veel mensen met mondkapjes, absoluut, maar minstens net zoveel zonder. Sommige winkels verplichtten mondkapjes en hadden looproutes, anderen weer totaal niet.Ik ben daar op gaan letten en het viel mij op dat mensen dat ergens gewoon accepteerden. Waar er restricties waren, pasten zijn hun gedrag aan. En waren er geen restricties? Dan ‘vielen’ ze terug in hun ‘oude gedrag’. Dat was zo opmerkelijk om te zien.

We kwamen bijvoorbeeld op een lokale markt.. En daar liep iedereen hutjemutje door elkaar. Veel mensen droegen een mondkapje, maar veel ook niet. Ik merkte aan mezelf dat ik me niet prettig voelde in die massa. Ik had mijn mondkapje niet om, maar merkte dat ik mijn adem inhield. Hoe naïef.. Wat doe ik daar..

En het is lastig hoor, om daar op te sturen. Want de camping had een mooi plein waar tafels ver uit elkaar stonden – maar op een avond hebben mijn kids, met heel veel jong volwassenen, genoten van een grote schuimparty daar. En geloof me: het was volgepakt met enthousiaste mensen in dat schuim. Ik denk niet dat daar een ontsmettend goedje in zat.

En als je geen duidelijk beleid hebt, dan zie je haarden ontstaan. In Frankrijk groeide het aantal besmettingshaarden explosief. Dus daar werd landelijk het mondkapje verplicht in alle gebouwen. En ook daar werd, zag ik gisteren, flink op gehandhaafd.

Nu zie ik de roep van verschillende experts en partijen over nieuwe maatregelen om een nieuwe golf in te dammen. En de discussie over het effect van een mondkapje door de overheid.

We zullen ons aan moeten passen. En dat is lastig. Daarom is een vaccin natuurlijk ideaal: even prikken en weer door met je ‘oude’ gedrag.

Ik geloof niet dat dit een structurele oplossing is. Want de discussie laait ook al op: “wie laat zich vaccineren?”, “Moet je vaccinatie verplichten?”.

Veranderen vraagt om het creëren van urgentie gevoel.

Ben Tiggelaar is een kei in verandermanagement. Hij maakt die vertaling ook heel mooi concreet in zijn boeken en sessies. Ik ben wel fan van zijn opvattingen. Hij neemt de theorieën van o.a. Kotter over in verhalen en trajecten.

Wat is de belangrijkste reden dat veranderingen mislukken? Ben Tiggelaar vroeg dat aan Icek Ajzen:” Als je een verandering wil realiseren, dan moet je als eerste formuleren welk concreet gedrag je wilt zien.”

Daarbij is het creëren van urgentie essentieel. Kijk maar naar de veranderstappen van Kotter. Ook daar sprak Tiggelaar mee.

Creëer als eerste een gevoel van urgentie. Want uiteindelijk draait het daar om. Dat is de absolute eerste stap.

Vaak wordt geprobeerd mensen te overtuigen, met grafieken, met informatie. Kotter noemt dat: “Analyze, Think, change” – Analyseren, dan rationeel denken en dan zou de verandering moeten komen. Kotter zegt dat mensen hierdoor eigenlijk nooit in beweging komen. Mensen veranderen niet van gedrag op basis van gegeneerde cijfers. En wat doen wij in Nederland, en andere landen met ons corona – dashboard?

Zet je in op :”see, feel, change”, dus als je mensen iets laat ervaren, laat zien, laat voelen wat er aan de hand is, dan pas zie je dat mensen gaan bewegen.

In het onderstaande fragment legt Tiggelaar dat heel mooi uit.

Gedrag veranderen is moeilijk. Bij jezelf is dat al lastig, in organisaties is dat al lastig, laat staan dat je een samenleving hebt die gedrag moet veranderen. Misschien is een vaccin dan toch wel heel handig, ter overbrugging. Maar ik denk toch dat het ‘fysiek’ inrichten, het creëren van ruimte en het daarop handhaven, for the time being, ook wel makkelijk is voor mensen. Want mensen volgen graag. Dat heb ik afgelopen 3 weken wel gezien.

Want ik sla het wel heel plat met Tiggelaar en zijn uitleg van Kotter, maar denk wel dat daar de oplossing in zit. Al is dat geen oplossing voor een korte termijn. Want ook dat is bewezen: veranderen kost tijd. Veranderen doe je immers in kleine stapjes. En dan richt iedereen zich nog op de volwassenen: hoe leg je kinderen die urgentie uit? Daar ga ik binnenkort nog eens op verder.

Want lang niet iedereen ziet die urgentie. Totdat het jezelf of een bekende of een geliefde overkomt.

Ik hoop dat iedereen die ik ken en liefheb gezond blijft, hoe ver ze ook van me vandaan zijn. Ik pas zoveel mogelijk mijn gedrag aan.

💖 #zorgvoorjezelf #zorgvoorelkaar

Vraagvaardigheden op school

Ik lees het boek “Socrates op sneakers”. Ik wil vragen leren stellen. Ik wil de vraag achter de vraag stellen. Want in de opleidingen die ik gaf rond verandermanagement was dat altijd een vast onderdeel: “vraag!” Alleen door te vragen krijg je vragen, problemen, situaties… alles helder. Het ergste is: ik kan er zelf geen bal van. Dus ik leer iemand iets wat ik zelf niet kan.

Helpt een boek? Geen idee – maar ik werd afgelopen half jaar steeds aangespoord om vragen te stellen, en ik merkte dat ik niet tot die verdieping kwam: het bleven oppervlakkige vragen waar ik de antwoorden verder zelf weer invulde.

En het gekke is: ik hamer erop, ik ben erop gebrand dat we kinderen vragen leren stellen, laten stellen, blijven laten stellen. Kinderen moeten zich verwonderen, die onderzoekende houding houden, verbazen, niet alles klakkeloos aannemen omdat vader, moeder of de juf het zegt.

Tijd voor actie. En toen kwam dit boek langs. Echt – dit zou verplichte kost moeten zijn. Sowieso voor de PABO’s, een verplicht curriculum. Sterker nog: het is zo toegankelijk, zet het op de leeslijst van het VO.

Anyway. De schrijfster begint met een 6tal redenen waarom wij geen (goede) vragen stellen. Allemaal heel herkenbaar, vooral de laatste: “We krijgen geen les in vraagvaardigheden op school”.

En dat klopt. Op heel veel scholen. Sommige scholen proberen het, door in creatieve projecten kinderen zelf aan de slag te laten gaan. Maar leerkrachten vinden het lastig, ingewikkeld: Als ze oprecht een onderzoek- of vraaggesprek willen voeren in de klas moeten ze hun rol loslaten. Leerkrachten zijn opgeleid om kennisvragen te stellen, en niet om het kritisch denkvermogen van kinderen te stimuleren.

Verder wordt er als reden aangedragen dat men er door werkdruk, de druk van de inspectie en de druk van ouders niet aan toe komt. Want de focus ligt op het ‘scoren’, de cognitieve ontwikkeling. Het is voor ouders vaak belangrijk dat ‘hun’ kind in groep 1 al woordjes kan lezen of kan rekenen, en het kind wat zich creatief kan uiten of kan dansen wordt niet ‘gezien’.

Leerkrachten hebben de neiging om te sturen en te controleren wat de uitkomst is. Ze hebben vaak grote moeite met loslaten en de autonomie van de kinderen. En de kinderen zijn op een gegeven moment niet anders meer gewend en vragen:”Wat is het goede antwoord dan juf?”

Als wij zelf alles klakkeloos aan- of overnemen, de wijsheid in pacht hebben – hoe kunnen wij dan kinderen leren vragen te stellen? Of een uurtje per week het vak filosofie zou helpen? Nee, ik denk het niet. Het zou een mooi begin zijn, maar vragen stellen, die onderzoekende houding vergt een bepaalde houding, een mentaliteit. Het is geen truukje.

Neem alle ontwikkelingen rond de 21st Century Skills – het zijn allemaal hypes waar we in het onderwijs achteraan hobbelen. En dan wordt het weer stapelen, in plaats van puzzelen. Over werkdruk gesproken, ook dat nog. Digitale geletterdheid, laten we een expert opleiden. Waarom? We moeten kinderen leren programmeren, laten we robots kopen! Hoezo? Ah, samenwerken doende al, dat kunnen we afstrepen. Want? Als wij als volwassenen nu eerst eens aan onszelf gaan werken. Onszelf gaan afvragen waarom we de dingen doen die we doen en wat we daarmee denken te bereiken.. Wees kritisch, neem niet zomaar iets aan. Vraag. Onderzoek. Wees nieuwsgierig.

Dat bracht mij weer terug bij de discussie over ‘burgerschap’. Laat daar kinderen maar eens serieus over nadenken zonder te sturen. Ooit gedaan?

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Sterker nog: ik denk dat elke volwassene dat nog ergens wel heeft. Ik ook, ik ben rete nieuwsgierig. Maar door niet te (durven) vragen kom ik vaak niet verder.

Begin zelf laagdrempelig. Pak de sites die ik laatst al plaatste en verwonder je, verplaats je in het kind.

BNN/Vara heeft een interessante site van Vroege Vogels,met veel weetjes

De site Knack.be heeft een maand lang kindervragen beantwoord onder de noemer “Mysterie van de dag”

Dit is een mooie om in gesprek te gaan met kinderen en zelf te leren vragen:

https://www.kidsproof.nl/zuid-limburg/blog/beantwoord-deze-leuke-vragen-samen-kletspraat-kletspot-kinderen-kindervragen

Of de site van Famme.nl