juni 15, 2020 Door admin 0

Kinderopvang – what’s in a name

Laatst had ik er al een post over geplaatst op LinkedIn: zullen we afstand nemen van de term ‘kinderopvang’, ‘peuteropvang’, ‘buitenschoolse opvang’?

De term dekt de lading niet meer. Al jaren niet. En wat te denken van de van de oorspronkelijke naam ‘kinderbewaarplaats‘ ?

Van kinderbewaarplaats naar crèche naar kinderopvang. In dit interessante artikel Historisch perspectief Kinderopvang LPK (17/06/2017) wordt de geschiedenis van de kinderopvang uiteen gezet.

Daarin staat te lezen dat een voorontwerp van de Wet op de Kindercentra het in 1973 niet haalde omdat studies hadden aangetoond dat kinderen tot hun 3e levensjaar het best bij de moeder kon blijven. De hechtingstheorie van Bowlby onderbouwde dat.

In 2005 krijgt de kinderopvang, vanuit De Wet Kinderopvang, een pedagogische opdracht die uitgewerkt moesten worden in 4 pedagogische doelen. Er werd vanaf toen meer gestructureerd pedagogisch gehandeld richting de kinderen. En kijk nu eens naar de Wet Kinderopvang.

Zelf had ik, toen ik als broekie voor de klas kwam (1998), zelf ook een beeld van de kinderopvang. Het beeld dat kinderen er naar toe gebracht werden, er opgepast werd, eventueel die rust, reinheid en regelmaat aangehouden werd en ‘s middags weer gehaald werden. Dat beeld had ik zelfs toen ik in 2007 mijn zoon als baby naar de opvang bracht. Ergens voelde ik me zelfs schuldig dat ik dat deed. Maar ja, je hebt beiden een drukke baan en zit volop in je carrière.

Het beeld werd ook nog eens bevestigd op die opvang. Want ik bracht mijn zoon, werd opgevangen door een leidster en aan het einde van de dag kwam ik weer: was er een heel ander gezicht en werd de dag doorgenomen vanaf het whitebord, waar ik mee kon lezen hoe vaak hij gedronken had, gepoept had, verschoond was en geslapen had. Punt. Dat was ook de reden om een andere opvang te gaan zoeken, iets kleinschaligers waar meer aandacht en affectie was bij mijn zoon. Een gastouder was de oplossing. Dat was meer een warm ‘nest’ met een prettige overdracht. Alleen bleef het beeld van ‘opvang’ in mijn ogen gewoon echt ‘opvang’. Wel met het idee dat mijn zoon in goede handen was. Dus een veilige omgeving en affectie.

Toen zij stopte, en wij zelf een kinderopvangorganisatie startten, waarbij het uitgangspunt was kleinschalig en kwaliteit, was ik inhoudelijk nog steeds niet bekend met wat de pedagogisch medewerkers allemaal al ‘in huis’ hadden. Welke opleiding ze gevolgd hadden, welke cursussen er gevolgd werden, hoe ze eigenlijk bezig waren met de ontwikkeling van het kind.

Mijn pad scheidde zich en ik ging vol door in het onderwijs. In de laatste jaren, toen ik heel dicht op de professionaliseringskant zat van de pedagogisch medewerkers, ontdekte ik het. Mijn collega’s die, als jonge kind specialisten, bezig waren met de pedagogisch medewerkers lieten mij regelmatig zien wat zij aan portfolio’s meekregen. Ik bladerde af en toe een portfolio door en was onder de indruk van de passie waarmee deze gemaakt was, maar ook van de inhoud: hoeveel men wist van de ontwikkeling van het jonge kind, wat de toegevoegde waarde was van spel, interactie, hun eigen rol als begeleider. En wat mij het meest trof: de liefde waarmee deze portfolio’s gemaakt waren. Hoe serieus deze mensen aan de slag waren geweest. Uiteraard, er zullen ook minder uitgewerkte portfolio’s zijn. Het is niet altijd rozengeur en maneschijn. 🙂

Vorig jaar ben ik uit het onderwijs gestapt en heb ik de overstap gemaakt naar de kinderopvang. En in die maanden werd mijn gevoel bevestigd. Toen pas.

De belangrijke rol van de pedagogisch medewerker. Het beeld van ‘opvang’ is achterhaald. De pedagogisch medewerker is continu bezig met de ontwikkeling van het kind. Van 0 – 12 jaar. En wat ik ook uit ervaring kan zeggen, met zoveel passie voor het vak! Ieder kind is uniek en willen ze maximale aandacht geven. De veranderingen die de laatste jaren plaatsvonden (en nog steeds plaatsvinden) zorgen er wel voor dat het begint te schuren: denk aan de groepsgrootte (vaak door tekort aan PM-ers), de toenemende wet- en regelgeving, controles en meer en meer rapportages maken. Want ze willen er zijn voor ieder kind en dat de maximale aandacht geven, en mede verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van het kind. En dan maak jij je als pedagogisch medewerker niet druk om wat je doet en dat te delen: want wat je doet hoort gewoon, dat is je drive.

Dan doe je met de term ‘opvang’ dus te kort.

Ok, ik ben een zwart/wit denker cq kijker. Maar het feit dat ik pas na zoveel jaren dat inzicht gekregen heb: hoe zouden sommige ouders, scholen, de maatschappij tegen de kinderopvang aankijken?

De discussie laaide tijdens de coronacrisis al regelmatig op. Het onderwijs vs de kinderopvang.

Ik denk dat we serieus moeten kijken naar een andere naam. Een naam die de lading dekt. Een hedendaagse naam, want die andere is ook al 40 jaar oud. Wie heeft een suggestie?

Zelf maak ik me nog even hard voor de pedagogisch medewerkers. Ik heb begin dit jaar een plan uitgewerkt waar de organisatie nu mee aan de slag gaat en nu veel meer handelt vanuit de (professionaliserings)vraag van de pedagogisch medewerker. Want ik heb te vaak gezien dat door de top-down georganiseerde trainingen, opleidingen, cursussen, bijeenkomsten het vuur kunnen doven. En dat mag nooit. En als dat plan staat? We shall see..